Welkom
in deze zomerrubriek, waarin ik elke week in mijn collectie elpees duik
(“I love the smell of vinyl in the morning!”) en er een exemplaar
opduik dat in mijn ogen ten onrechte onderschat of negatief gerecenseerd werd.
In deel 7:
Hearts and Bones
van Paul Simon uit 1983.

Bekentenis vooraf: ik
heb Hearts and Bones op cd gekocht,
niet op vinyl. (Vreemd genoeg heb ik Graceland
en The Rhythm of the Saints dan weer
op elpee, hoewel er toen al cd’s op de markt waren.) Dat komt zo: ik vond de
bekende solonummers van Simon zeer oké, prettig radiovoer, maar ben zijn platen
pas in huis beginnen halen na het grote succes van zijn Afrikaanse tweeluik.
Vandaar.

Na de onvergetelijke
bijdrage die het duo Simon & Garfunkel in de jaren zestig aan de popmuziek
had geleverd, gingen de twee solo verder. Art Garfunkel begon melige hitparadestuff te zingen (type Bright Eyes), terwijl Paul Simon dromerige popsongs bleef
schrijven, iets wat tussen rock en folk in zweefde, al waren ook invloeden van
Zuid-Amerikaanse muziek in de seventies nooit
veraf (Me and Julio Down by the Schoolyard,
Mother and Child Reunion, Late in the Evening). Simon was één van
de eerste muzikanten die verschillende stijlen door elkaar mengde en hij is dat
later consequent blijven doen.

De albums Paul Simon (met o.m. Mother and Child Reunion, Duncan en Me and Julio Down by the Schoolyard), There Goes Rhymin’ Simon (Kodachrome,
Loves Me Like a Rock, American Tune), Live Rhymin’ en Still Crazy
After All These Years
(het titelnummer, My
Little Town
, 50 Ways to Leave Your
Lover
) deden het nog goed qua verkoop, al vormde Simon nu ook niet direct een bron van mega-inkomsten voor zijn platenfirma. Op handen gedragen door muziekrecensenten en
samenstellers van radioprogramma’s, kleine, maar fanatieke en trouwe aanhang, gerespecteerd door collega’s. Dat was het zo’n beetje.

In 1980 had Simon na
drie jaar van onproductief thuis zitten het geweldige idee om het scenario van
een film te schrijven waarin hij ook zelf meespeelde: One Trick Pony. Een flop in de bioscoop en tegenvallende
verkoopcijfers in de platenwinkel, al bleef het hitje Late in the Evening wel in het gehoor hangen, net als de
titeltrack. Voor zijn bankrekening was het dus meegenomen dat de release van
het reünieconcert van Simon & Garfunkel, in 1981 live opgenomen in Central
Park, begin ’82 op elpee, een buitengewoon groot succes was en nog altijd is.

Toen kwam Hearts and Bones, in 1983. De elpee
tussen One Trick Pony, halve flop, en
Graceland, geweldig succes, in. Een
plaat die ten onrechte vergeten wordt. Ingetogen, dromerig, zweverig, misschien
zelfs een beetje te veel van dat alles om een groot publiek te bereiken. Maar
wel mooi. Zó mooi.

In openingstrack Allergies speelt hij nog met de woorden
‘maladies’ en ‘melodies’ (en ‘remedies’). De tekst is zoals gebruikelijk bij
Simon nogal cryptisch. In een documentaire over Graceland gaf hij tekst en uitleg bij zijn manier van schrijven:
woordassociaties, rijmelarij (rhymin’ Simon…), alles wat in zijn geest opkwam werd aan het
papier toevertrouwd, wat vervolgens lyrics
opleverde waaraan muziektekstexegeten zich een punthoofd dachten om te proberen
de diepere betekenis ervan te achterhalen. “So I ask myself this question
/ It’s a question I often repeat / Where do allergies go when it’s after a show
/ And they want to get something to eat?” Ga daar meer eens aan staan,
bollebozen!

De titeltrack neemt je
mee naar de bergen van New Mexico en naar “the arc of a love affair”,
een ark waarop twee harten en lichamen één worden, in de pijnlijke wetenschap
dat het niet voor eeuwig zal zijn. “Thinking back to the season before /
The act was outrageous / The bride was contagious / She burned like
bride”. Briljante song.

Speelser klinkt hij in
When Numbers Get Serious: “Two
times two is twenty-two / Four times four is forty-four”, het soort
rekenkunde dat Philippe Muyters wel eens uit zijn mouw schudde als Vlaams
minister van Begroting. Het tempo wordt hier voorzichtig opgevijzeld.

De onmogelijkheid van
de perfecte liefde vormt alweer het thema van het tweeluik Think Too Much, waarvan deel (b)
merkwaardig genoeg voor (a) komt.
“The smartest people in the world / Had gathered in Los Angeles / To
analyze the love affair / And possibly unscramble us”, klinkt het in (b), een rustig kabbelend nummer. Meer
ritme in (a), dat alleen tekstueel
voortborduurt op hetzelfde thema. “They say that the left side of the
brain / Controls the right / They say that right side / Has to work all
night”.

Tussen de twee Think Too Much-songs staat Song About the Moon geprangd, opnieuw
zo’n dromerig nummer waarop Paul Simon het patent heeft. “If you want to
write a song about the heart / Think about the moon before you start / Cause
the heart will howl like a dog in the moonlight / And the heart can explode
like a pistol on a June night”. Noem het goedkope rijmelarij wat mij
betreft, maar het werkt wel met die mooie stem, de al even mooie
achtergrondstemmen en die subtiele instrumentale begeleiding. Gospel meets softrock, of zoiets. Een droom van een song. Ach, probeer
Paul Simon vooral niet in een vakje te stoppen. File under Unique.

Kan het nog mooier?
Ja, het kan nóg mooier, want daar komt de Train
in the Distance
al aan, over twee teleurgestelde geliefden die gedoemd zijn
om elkaar te verlaten. “Two disappointed believers / Two people playing
the game / Negotiations and love songs / Are often mistaken for one and the
same”. De stem van Simon werd als een extra laag boven de muziek gelegd,
alsof ie recht uit de hemel komt. “The thought that life could be better /
Is woven indelibly / Into our hearts and our brains”. Dan toch een
optimistische noot om af te ronden.

Kan het dan nóg mooier?
Ja, het kan nog véél mooier, want daar komen René and Georgette Magritte with Their Dog After the War al
aangewandeld. De Belgische surrealistische schilder is daarbij slechts een
excuus om hulde te brengen aan doowop-groepen als The Penguins, The Moonglows,
The Orioles en The Five Satins. Twee foto’s van het Magritte-koppel waarop ze poseren met hun hond, wellicht ergens in de jaren zestig genomen, maar zeer zeker een tijdje na de Tweede Wereldoorlog, doen Simon ook mijmeren over
langdurig samenzijn. “Side by side / They fell asleep / Decades gliding by
like Indians / Time is cheap / When they wake up they will find / All their
personal belongings / Have intertwined”.
Elke streling van de gitaar, elke delicaat gezongen lettergreep, elke voorzichtige drumslag zit perfect in dit nummer. Kippenvel!

Tijd voor wat
vrolijkheid. Cars Are Cars shufflet
voorbij. Een song over niets (nou ja, over auto’s, dus) en toch ook weer over
mensen en de moeite die die hebben om samen te leven (“They stand on their
differences / And shoot at the moon”). Een tussendoortje op deze machtige
plaat, maar dan eentje waar miljoenen would be singer-songwriters een arm voor
veil zouden hebben.

Eindigen doet Paul
Simon in absolute schoonheid met The Late
Great Johnny Ace
, waarin hij zowel een hier nagenoeg onbekende blueszanger
uit de jaren vijftig bezingt (die zich volgens de legende in 1954 een kogel
door het hoofd had gejaagd tijdens een spelletje Russische roulette), als de
grote John Lennon (die in december 1980 was doodgeschoten in New York, de stad
van Simon).

Neen, er staan geen
hits op Hearts and Bones, zelfs geen
bijna-hits. Daardoor is deze elpee wat in de vergetelheid geraakt en hoor je de prachtige songs veel te weinig op de radio. Zeer ten
onrechte, want dit is een van Paul Simons beste. Droom een eind met mij mee!