The king is gone, but
he’s not forgotten
‘. Neil Young had het in 1979 dan wel over Johnny Rotten,
en niet over koning Albert II, maar sta me toe deze zinssnede toch te gebruiken
in de inleiding van dit stuk. Want bij de troonswisseling kon de abdicerende
koning het niet laten om uitvoerig Elio Di Rupo te bedanken voor de moedige vorming
van zijn regering, waarmee de goedlachse
ex-koning-die-zich-koning-mag-blijven-noemen weer eens het rubicon van de
onpartijdigheid overstak. Zeggen dat de regering-Di Rupo waardering verdient
omdat ze er ís, komt ongeveer op hetzelfde neer als een anti-N-VA-coalitie
toejuichen.

Of de nieuwe koning, Filip/Philippe, die fakkel zal
overnemen is nog onduidelijk, maar het tekent onze monarchie dat ze niet alleen
pleit voor de cohesie van het land – wat begrijpelijk is -, maar ook openlijk
partij kiest. Letterlijk, in dit geval. Een royale christen-democraat weet,
eenzaam peinzend op zijn troon, dat hij om zijn eigen hachje te redden de PS hard
nodig heeft. We blijven een surrealistisch land.

Het was niet alleen ongepast, wat Albert zei, maar ook
onvoorzichtig en alleszins niet slim. Over iets meer dan tien maanden zal
Filip/Philippe, na de parlementsverkiezingen van 25 mei 2014, ongetwijfeld een
rol moeten spelen bij de vorming van de federale regering, terwijl er
tegelijkertijd op andere niveaus ook regionale regeringen zullen worden gevormd
en de Belgische vertegenwoordiging in het Europese Parlement anders zal
ingekleurd zijn. Nu al kleur bekennen betekent dat je de andere partijen op
scherp zet, in de wetenschap dat die ene Vlaamse partij die het mikpunt is van
de koninklijke hoon, haast even groot is als de drie Vlaamse partijen in de
federale regering sámen.

Na de vorige federale verkiezingen geniet ons land de
twijfelachtige eer om in het Guinness
Book of Records
te staan met de langste regeringsformatie ooit: 541 dagen,
tussen 14 juni 2010 en 6 december 2011. Als we niet opletten zullen onze
volksvertegenwoordigers dat record de komende jaren scherper stellen. Op 19
november 2015 zullen we aan 542 dagen zitten.

Hopelijk komt het niet zover, al is het allesbehalve
ondenkbaar. Bijna twee derde van de Belgische kiezers vreest voor zo’n
scenario. En de onredelijke onverzettelijkheid, om even het Leitmotiv van Karel De Gucht te
parafraseren, van vele Vlaamse politici doet het ergste vermoeden.

Peiling 17 juni 2013

Peilingen zijn momentopnamen, waarop dan nog eens een
foutenmarge zit. Je mag ze dus zeker niet letterlijk interpreteren. Het zijn
geen in steen gebeitelde geboden. Maar laten we toch even de meest recente poll
als richtlijn hanteren voor de échte stembusresultaten van 25 mei 2014. Dat is
die van Ipsos/Le Soir/De Morgen van 17 juni jl.

In Vlaanderen zou de N-VA volgens die peiling veruit de
grootste partij blijven, met 36,6% van de stemmen (+ 8,4 procent in
vergelijking met de parlementsverkiezingen van 2010). Op ruime afstand volgen
CD&V 16,1% (- 1,5), sp.a 12,6% (- 2,4), OpenVLD 11,0% (- 3), Vlaams Belang
11,0% (- 1,6), Groen 7,2% (+ 0,1), PVDA+ 2,9% (+ 1,3) en LDD 1,2% (- 2,5).

In Wallonië zou de PS klappen krijgen, maar wel de grootste
partij blijven met 31,8% (- 3,9 procent vergeleken met drie jaar geleden). Ook
de MR verliest flink: 18,7% (- 5,5), maar dat heeft vooral te maken met het
stopzetten van het kartel met het FDF. Verder zijn er: Ecolo 13% (+ 0,5) en CDH
11,8% (-2,6). Andere partijen, waaronder het FDF, zouden samen 7,6 procent
halen.

In Brussel zouden PS en MR even groot worden, wat vooral
voor de sociaal-democraten een flinke klap zou betekenen. N-VA zou, met 2,9
procent, de grootste Vlaamse partij worden in de hoofdstad.

In zetels voor de Nederlandstaligen zou dit alles de N-VA in
de Kamer van Volksvertegenwoordigers 38 zetels opleveren (+ 11 ten opzichte van
de actuele situatie), CD&V 14 (- 3), sp.a 12 (- 1), OpenVLD 10 (- 3),
Vlaams Belang 8 (- 4), Groen 5 (idem). LDD zou wegvallen uit het halfrond, het
extreem-linkse PVDA+ zou er niet in slagen een zitje te bemachtigen. In zetels
voor de Franstaligen zou de PS op 24 zetels uitkomen (- 2), MR 17 (het kartel
MR-FDF had er 23), CDH 10 (+ 1), Ecolo 9 (+ 1), FDF 2 en het extreem-linkse PTB
1. (Ik baseer me hierbij op de prognose die Frederik Dhondt maakt op
herakleitosonmondays.blogspot.be.)

Als we er even van uit zouden gaan dat er dit keer ook in
beide taalgebieden een meerderheid moet zijn (wat vandaag in Vlaanderen niet
het geval is met 43 op 87 zetels!) en dat er in dit land een duidelijke voorkeur
is voor een symmetrische regering (de aanwezigheid van zusterpartijen in beide
taalgebieden), dan zijn er geen coalities met twee of drie politieke families
mogelijk! Geel-oranje-blauw zou wel een ruime meerderheid hebben in Vlaanderen,
maar niet in Wallonië. Paars-groen zou een flinke meerderheid hebben in
Wallonië, maar niet in Vlaanderen.

Assymetrische regeringen kunnen eventueel wel. Maar het
grootste probleem is dat de N-VA incontournable
is en blijft in Vlaanderen en dat de PS dat, ondanks een verwachte stevige
terugval, ook zou blijven in Wallonië en Brussel. Vlaanderen neigt zwaar naar
rechts, Wallonië naar links. Dat maakt een coalitie N-VA/PS/sp.a/Ecolo/Groen
bijvoorbeeld onrealistisch, ook al zou die een meerderheid hebben.

Mogelijk pogen de traditionele partijen de huidige
tripartite verder te zetten. Achter de schermen wordt daaraan gewerkt, Mark
Eyskens heeft het recentelijk zelfs openlijk bepleit. De regering-Di Rupo II –
laten we ze gemakshalve zo even noemen – zou een meerderheid van 89 zetels
hebben (op 150), maar in Vlaanderen zou dat een dikke minderheid zijn (36 op
87). Onverantwoord. Eventueel kunnen de groenen eraan worden toegevoegd. Dan
groeit de meerderheid naar 103 zetels, ruim twee derde. In Vlaanderen blijft
men echter hangen op 41 zetels, nog altijd drie te weinig. Conclusie: in
Vlaanderen is – op basis van de peiling van juni – geen enkele meerderheidsploeg
zonder N-VA mogelijk, in Wallonië geldt gevoelsmatig hetzelfde voor de PS (ook
al zijn daar eventueel wel alternatieven).

Vlaamse regering

Op zich is het dan ook niet onlogisch dat Jan Jambon namens
de N-VA eist dat er eerst een Vlaamse regering wordt gevormd. Het zou betekenen
dat Vlaanderen kort na 25 mei ’14 wordt geregeerd door Peeters II of Bourgeois
I (of toch nog De Wever I?), maar dat zullen de nationale partijbureaus van de
sociaal-democratische, christen-democratische en liberale partijen niet echt
willen.

Dan geven ze immers hun troefkaarten uit handen: de CD&V
zou niet langer de minister-president mogen leveren, OpenVLD riskeert door de
overmacht van de N-VA steeds verder te krimpen (zie Antwerpen) en sp.a zal
sowieso naast de boot vallen als de N-VA een Vlaamse regering mag vormen, omdat
die rechtse economische accenten wil leggen.

Maar dan komt het perfide van het proefballonnetje dat
Jambon opliet: wat de N-VA vooral wil aantonen door de snelle vorming van een
Vlaamse en een lang uitblijvende vorming van een federale regering, is dat het
Belgische systeem niet meer werkt. En dan zou het alsnog de onafhankelijkheid
van Vlaanderen kunnen voorstellen als ultieme oplossing, zoals trouwens
voorzien in artikel 1 van de statuten van de partij, een scenario waar men nu
omheen dribbelt omdat zelfs de meeste N-VA-kiezers niet voor separatisme te
vinden zijn. Zelfs de term ‘confederalisme’ wordt nu even in de koelkast
gestopt om geen potentiële kiezers angst aan te jagen, kiezers die zich vooral
kunnen vinden in het rechts-liberale programma van de N-VA.

Nieuwe zelfstandige
naamwoorden

Dit is een ‘damned if
you do and damned if you don’t
‘-scenario voor zowel de democratie als de
andere partijen. Een Vlaamse regering met maximaal drie partijen zónder de N-VA
zou volgens de peiling van 17 juni cijfermatig onmogelijk worden, een Vlaamse
regering mét de N-VA zou de traditionele partijen in de rol van slaafse volgers
duwen (in het geval van CD&V en OpenVLD, wat wel eens het einde van de
politieke carrière van boegbeeld Kris Peeters zou kunnen betekenen) of uit het
machtscentrum bonjouren (in het geval van sp.a, dat vandaag toch drie ministers
aan de Vlaamse regering levert).

Laten we ook de mogelijkheid van een Vlaams-nationalistische
regering (N-VA plus Vlaams Belang) niet uitsluiten: voorlopig blijft die echter
onmogelijk, met 54 op 124 zetels in het Vlaams Parlement. En de vraag blijft of
N-VA als puntje bij paaltje komt bereid zou zijn om het cordon sanitaire formeel te doorbreken. Er is nog altijd een
verschil tussen ex-Belangers verwelkomen in de partij en in zee gaan met een
partij die in een nog niet zo ver verleden werd veroordeeld wegens racisme.

Tel daarbij de traditie van de symmetrische regeringen op
federaal vlak én de voorkeur om dezelfde partijen ook op regionaal vlak aan de
macht te krijgen (wat nog versterkt zal worden door deze samenvallende
verkiezingen!), en je krijgt een op het eerste gezicht onontwarbaar kluwen,
waar naast de reeds bekende terminologie (informateur, preformateur,
bemiddelaar, verduidelijker, onderhandelaar en formateur) nieuwe zelfstandige
naamwoorden zullen opduiken. Aan koning Filip/Philippe en zijn toekomstige
kabinetschef om creatief te zijn met functietitels op tijdelijke naamkaartjes.

Rood-blauw-oranje-
groen

Als de peiling van Ipsos/Le
Soir
/De Morgen over tien maanden in
het stemhokje bevestigd wordt, dreigt dus een maandenlange impasse. Ofwel
vinden N-VA en PS een consensus op federaal vlak, wat met hun ferme
confrontatie-strategie ondenkbaar lijkt. Ofwel krijgen we opnieuw een
democratisch deficit met op federaal niveau een Vlaamse minderheid.

Daarom acht ik de kans zeer reëel dat de groenen aan de
huidige federale coalitie zullen worden toegevoegd, ook al lijkt dat qua
partijprogramma’s luidop vloeken in de kerk. Je krijgt dan een regering zonder enige
maneuvreerruimte. In feite een regering van ‘lopende zaken’, maar dan met een
volgnummer achter de naam van de premier, waarbij de traditionele partijen zichzelf
tijd zouden kopen en moeten hopen dat de N-VA tegen de
gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 aan populariteit zal inboeten.
Enerzijds is dat best mogelijk, omdat heel wat N-VA-burgemeester en schepenen
weinig bestuurservaring hebben en wel eens aan het flateren kunnen slaan (kijk
maar naar wat er nu al in Turnhout gebeurt). Anderzijds leert de
verkiezingsrealiteit dat regeringspartijen zelden verkiezingen winnen, zeker in
een zo versnipperd land als het onze. Zulke strategie zou dus een groot risico
inhouden richting juni 2019, wanneer ons weer zo’n ‘moeder aller verkiezingen’
te wachten staat.

Nog even het rekensommetje maken. Federaal zou
rood-blauw-oranje-groen goed zijn voor 103 zetels (op 150), maar met opnieuw
een minderheid op Vlaams niveau (waar men geen gedoogsteun van N-VA en Vlaams
Belang moet verwachten!). Regionaal staat rood-blauw-oranje-groen dan garant voor
69 zetels (op 124). Lees deze paragraaf opnieuw en dit scenario klinkt nog een
beetje onwezenlijker!

De campagne is al een tijdje bezig (eigenlijk al van vóór de
gemeenteraadsverkiezingen). Die zal de komende maanden, met allerhande
congressen en een groeiende profileringsdrang van de kandidaten, alleen maar
scherper en harder worden. In Vlaanderen vertaalt zich dat nu al in ‘Eén tegen
allen, allen tegen één’; haantjesgedrag dat zowel door de N-VA, als door de
traditionele partijen wordt gevoed. En elke keer dat een
hoogwaardigheidsbekleder expliciet of tussen de lijnen kritiek geeft op de
N-VA, zet Bart De Wever een streepje bij op de denkbeeldige muur waarop de
kiezers worden geteld. Ook dat blijft een uitdaging voor de traditionele
politici: uitgaan van een positief en helder eigen programma en niet zomaar op
de kar springen van het N-VA-bashing,
want dat blijkt in de praktijk uitermate onproductief te zijn.

***

542 dagen? 19 november 2015? Het zou een symbolische datum
zijn: zes jaar nadat een landgenoot, Herman Van Rompuy, Europees president
werd. Maar vooral: exact vijfentwintig jaar na het officiële einde van de Koude
Oorlog. Een ‘koude oorlog’ die we op dit ogenblik op bescheidener en gelukkig
vreedzamer niveau meemaken in de vaderlandse politiek. Er was ooit een
radioprogramma dat De toestand is
hopeloos, maar niet ernstig
heette. Vertaald naar onze politiek wordt dat
eerder: de toestand is ernstig, maar niet hopeloos. Nóg niet.