Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Financial Fair Play

Politiek Posted on za, december 07, 2019 11:44:34

KV Oostende-Anderlecht, dat leek mij een voor de hand liggend thema te zijn voor mijn wekelijkse ‘Bankzitter’ in De Standaard. Mijn uitgangspunt was, los van het sportieve resultaat, dat Marc Coucke, de ex van KVO, niet het recht heeft om zijn centen op te eisen. Nou, daar kreeg ik toch wel tegenwind voor. Dat die nieuwe voorzitter-eigenaar (Frank Dierckens) de boeken maar beter had moeten controleren. Akkoord, maar zonder deze nieuwe wilde weldoener, die het overnam van een copain van Coucke, bestond de club niet meer. Je kunt meneer Dierckens dus gerust naïef en kortzichtig noemen, maar hij heeft wel een hart voor de club. Dat kan niet gezegd worden van Coucke, die als zelfverklaard aanhanger van Club Brugge zes jaar geleden voor een prikje een club in handen kreeg geschoven, die weliswaar net gepromoveerd was naar de hoogste klasse, maar niet de middelen had om daar te overleven.

Enter de tweetende miljardair, die als alleenheerser Oostende niet alleen hielp overleven, maar er met zijn centen ook een flinke middenmoter van maakte, resulterend in twee opeenvolgende deelnames aan Play-off 1, met als toetje een Europese kwalificatie (voor een voorronde, maar dat telt niet aan de kust, Europees is Europees!). Weireldploegsje! Coucke stak als mecenas veel geld in de club, betaalde salarissen die ze in het Albertpark normaal nooit zouden kunnen ophoesten, bouwde een nieuwe tribune en… verdween dan naar Anderlecht.

Je kan dat opportunistisch noemen, maar het is zijn geld en ambitie wordt in die kringen meestal met een dikke vette hoofdletter geschreven. Wat Coucke niet had mogen doen: een deel van zijn geld terugeisen en de afbetaling van de tribune afwentelen op Oostende. Hij, en hij alleen, heeft beslist om financiële doping toe te dienen. Hij, en hij alleen, besliste wat er gebeurde bij Oostende. Dus is het ook logisch dat hij, en hij alleen, daar de verantwoordelijkheid voor moet dragen, en niet de andere bestuurders uit verleden, heden of toekomst. Alle uitgaven die gebeurd zijn vóór zijn vertrek aan de kust, behoren tot het verleden en daar moet ie verder niet over zeuren. KVO heeft het al moeilijk genoeg met het betalen van salarissen van overroepen spelers die nog door Coucke en zijn rechterhand Devroe gehaald zijn.

Marc Coucke heeft vier en een half seizoen lang de regels van de Financial Fair Play getart. Kon het hem wat schelen, dat er regeltjes waren. Die ene keer dat Oostende Europees speelde, was FFP nog niet zo streng. Tegenwoordig mag je maximum vijf miljoen euro verlies draaien over drie seizoenen. Onder Coucke deed Oostende dat jaar na jaar na jaar en zou de club geen Europese licentie hebben verkregen. Ze zouden bij het toekennen van Belgische licenties even streng mogen zijn, pardon: móeten zijn. Door financieel wanbeleid gaan clubs over de kop en blijven supporters verweesd achter.

***

Het principe van Financial Fair Play zou gerust ook in de politiek geïntroduceerd mogen worden. Als een voetbalclub de verliezen blijft opstapelen, omdat de bestuurders niet goed weten hoe ze uitgaven en inkomsten tegenover elkaar moeten zetten — de regel is: de inkomsten worden grof overschat, de uitgaven even grof onderschat —, zou dat strenger bestraft mogen worden. Als een regering een begroting met verlies opmaakt, óf de realiteit aangeeft dat er meer uitgaven en minder inkomsten zijn dan voorspeld, dan zou dat ook moeten afgestraft worden. In het voetbal vertaalt zich dat in een hoge boete (nog meer schulden!) of een schorsing, waarom kan dat ook niet in de politiek?

Begroting niet in orde en geen aanwijsbare maatschappelijke reden (een onverwachte bankencrisis, bijvoorbeeld), dan verliezen de regeringsleden 25 procent van hun wedde. Want elke eurocent die nu te veel wordt uitgegeven, is er niet meer in de toekomst — of zal ons nog met meer intresten opzadelen. Onverantwoord besturen mag/moet aangepakt worden. Ooit zei de nogal corrupte Waalse socialist Guy Mathot dat het begrotingstekort er vanzelf was gekomen en dat het dus ook wel vanzelf weer zou verdwijnen. Parafraserend zou je kunnen stellen dat een politicus die er vanzelf is gekomen en die dit soort nonsens uitkraamt, ook best vanzelf weer zou verdwijnen.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan:

– Wie minder dan 25 procent van de tijd aanwezig is in het parlement waarvoor hij of zij verkozen is: geen wedde.

– Wie minder dan 50 procent van de tijd aanwezig is: helft van de wedde terugbetalen.

– Wie minder dan 75 procent van de tijd aanwezig is: kwart van de wedde kwijt.

Niet op tijd een klimaatplan hebben en daardoor niet kunnen deelnemen aan een belangrijke internationale conferentie: alle ministers een stevige boete, die van klimaat dubbele portie.

Het geïnde boetegeld kan dan geïnvesteerd worden in de zorg en in de culturele sector.

Financial Fair Play in de politiek. Een ideetje.



De sportieve wraak van het weireldploegsje

Sport Posted on vr, december 06, 2019 14:46:43

(Deze bijdrage verschenen afgelopen maandag, 2 december, in De Standaard als ‘De bankzitter’.)

Zelfs met de wederoptredende Kompany toonde Anderlecht zich een middelmatig elftal tegen een team dat stilaan degradatiezorgen kent: 3-2. Anderlecht-voorzitter Coucke verdween in de rust als een dief in de namiddag. Een beetje symbolisch, zijn roekeloze beleid bracht KV Oostende in financiële nood.

Dat het een beladen duel zou worden, stond in de Oostendse sterren geschreven. Dat had met één controversiële figuur te maken: Marc Coucke. De Messias die Judas werd, zo stond er gisteren op een spandoek te lezen. Coucke stak flink wat centen in KV Oostende en wil dat geld terug. Dat werd hem tijdens het traditionele etentje vooraf met het andere clubbestuur onder de neus gewreven, waarna hij boos opstapte, de eerste helft niet in de eretribune maar voor een tv-scherm in een loge volgde, en daarna wegstoof uit het Albertpark.

Coucke zal dus wel de flater van Van Crombrugge gezien hebben die tot de 1-0 van Akpala leidde, en de 2-0 van Jonckheere na mistasten van Vincent Kompany, terug aan de aftrap na alweer twee maanden blessureleed. ’t Was weer ‘Couckenbak’ in de Versluys Arena en dat wilde de ‘zanger’ van die carnavalhit niet meer meemaken. Hij miste zo een strafschopfarce, de 3-0 van Hjulsager en de treffers van Chadli en Doku die er heel even weer de spanning in brachten.

Vloek van Kompany

De VAR verzuimde een penalty voor hands van Ndenbe ongedaan te maken (de bal botste via zijn rug tegen de arm die achter die rug hing), floot scheidsrechter Laforge terecht terug toen die in de scrimmage na de gemiste strafschop onbegrijpelijk opnieuw naar de stip wees, vond natrappen van Saelemaekers niet meer waard dan een gele kaart en keek ook nog eens de andere kant op toen Chadli in de slotseconden onderuit geschoffeld werd. Alsof de middag nog niet bewogen genoeg was.

Oostende rukt zich na een desastreuze 2 op 30 sinds de interlandbreak begin september weer even los uit de degradatiezone, Anderlecht telt opnieuw zeven punten minder dan de nummer zes in de stand, Zulte Waregem. Om Play-off 1 te halen moet paars-wit liefst vijf concurrenten passeren. Voetballen onder nieuwe-oude trainer Frank Vercauteren had tot nog toe zónder Kompany veel meer weg van het Weiler-tijdperk dan ze in het Astridpark zullen willen toegeven, soms met drie controlerende middenvelders en hyperrealistisch, risicoloos spel. Mét Kompany werden er nogmaals te veel risico’s genomen achterin. Andere pijnlijke vaststelling: mét Kompany in het elftal kon Anderlecht nog niet winnen, noch in de competitie, noch in de voorafgaande oefencampagne. Een bijgelovig iemand zou aan een vloek beginnen te denken.

Dat Anderlecht onder Vercauteren nog niet verloren had vóór gisteren had trouwens meer met het makkelijke programma dan met een sportieve hausse te maken. Misschien ís dit Anderlecht wel gewoon een ordinaire middenmoter? Deze maand wachten nog thuiswedstrijden tegen Charleroi en Genk, en uitwedstrijden bij Standard en Antwerp, na de winterstop komt Club als eerste op bezoek. Mooi vooruitzicht.

Financiële doping

Dat KV Oostende staat het waar het nu staat heeft het in alle opzichten aan Marc Coucke te danken. Na de titel in tweede klasse in 2013 nam de miljardair de club over, waardoor de financiële zorgen even verdwenen en KVO probleemloos kon meedraaien in de Jupiler Pro League. In twee opeenvolgende seizoenen werd Play-off 1 gespeeld, een Europees ticket erbovenop. Ongezien voor een elftal dat normaal hooguit in de onderste regionen zou kunnen meedraaien.

Met de centen van Coucke werden spelers gehaald en salarissen betaald die in normale omstandigheden onhaalbaar zouden geweest zijn voor een club die toen nog voor amper vijfduizend toeschouwers speelde. Financial Fair Play was hem een rotzorg, Coucke diende financiële doping toe om zijn ‘weireldploegsje’ competitief te maken. Tot hij kans zag om als voorzitter in een hogere liga te mogen spelen. Hij nam Royal Sporting Club Anderlecht over, recordkampioen. En hij liet KV Oostende achter met een miljoenenput, geld dat onder meer was gestoken in een nieuwe tribune.

Zo komen we bij de tweede reden waarom Oostende staat waar het staat: de voormalige mecenas eist 6,2 miljoen euro, voor twee jaar achterstallige huur van die tribune en transfergelden die nog niet doorgestort werden. Zonder Coucke aan het roer loopt er drie miljoen euro minder binnen via sponsoring, bevestigde voorzitter Dierckens, en er moet ook nog eens 3,5 miljoen worden betaald aan makelaars. De 7.298 toeschouwers gemiddeld van drie seizoenen geleden zijn er inmiddels weer minder dan vijfduizend geworden. Onleefbaar in het profvoetbal.

Het geval-Oostende is een zoveelste bewijs dat het ongezond is om de toekomst van een professionele voetbalclub in handen te geven van één man. In Duitsland is het onmogelijk om de helft plus een van de aandelen te bezitten, in België is dit zowat de regel. Meestal gaat het dan nog om een of andere verre suikernonkel die een hobbyprojectje heeft gevonden in een land waarvan geweten is dat men het er niet zo nauw neemt met reglementen, dat je er als voetbalbedrijf heel wat sociale en fiscale voordelen geniet en dat je er goedkoop in mensen kunt handelen. CD&V-parlementsleden hebben nu een wetsvoorstel klaar om het loon van buitenlandse spelers op te trekken naar het gemiddelde loon van een eersteklassevoetballer vermenigvuldigd met factor 1,2. In de praktijk zou dat neerkomen op zo’n 400.000 euro, vandaag is dat iets meer dan 80.000. Het kan een begin van een oplossing zijn.

Vechtscheiding

Over twee maanden moet KV Oostende een licentiedossier indienen. Als de Licentiecommissie voor één keer streng beoordeelt, komt die er niet, tenzij er zich een nieuwe, halfgekke mecenas zou aandienen, die geld wil steken in een club die nooit de concurrentie kan aangaan met de andere eersteklassers in de ruime omgeving, Club Brugge op kop.

Dat KV Oostende al voor het zevende opeenvolgende seizoen bij de elite mag vertoeven, is abnormaal. Met dank aan Marc Coucke. Dat de club op financieel apegapen ligt, is een gevolg van een roekeloos beleid, dat volledig steunde op één portefeuille. Met dank, alweer, aan Marc Coucke. Professioneel voetbal op het hoogste niveau is sowieso te hoog gegrepen, maar deze club verdient het niet om door een voorheen overdreven gulle ex gegijzeld te worden in een dure vechtscheiding.



Schuldig verzuim

Politiek Posted on za, november 30, 2019 12:41:19

Vier miljoen driehonderdvijftienduizend honderdzevenennegentig euro (4.315.197). Zoveel heeft de vierde editie van Rode Neuzen Dag opgebracht, verneem ik via de pers. Daarmee zullen vierhonderd drieëntwintigduizend driehonderdvijfendertig jongeren ‘sterker worden gemaakt’ (423.335). De boekhouder in mij rekent dan even snel uit dat dit neerkomt op 10,2 euro per kwetsbare jongere. Met de opbrengst van vorig jaar en gesteld dat het om evenveel jongeren zou gaan, was dat slechts 10,1 euro geweest — zo, nu mag de boekhouder weer een tijdje op stal. Mooi. Ik heb niet gekeken — ik hou niet van die bestudeerde mix van ongedwongen vrolijkheid en mensen tot tranen toe beroeren met door een streepje dramatische muziek ondersteunde emo-reportages, net voldoende opdat ze tussen die tranen nog even met een eenvoudige handeling een sommetje kunnen overmaken —, maar ik heb wel respect voor de actie. Goed gedaan, dus.

Totaal geen respect heb ik voor de Vlaamse ministers die opdraafden en die daar vooraf op sociale media vrolijk over deden, rode pakjes, rode stropdassen en rode neuzen incluis. Wij zijn solidair, zo wilden ze uitstralen. Wij willen dat we als goede mensen worden gepercipieerd, begreep ik eruit. En dat ‘de mensen’ even vergeten dat wij hen vergeten in ons beleid. De Vlaamse regering bestaat uit goede mensen, mensen. Die boodschap. Ook tijdens De Warmste Week draven ministers, partijvoorzitters en allerhande eerste-, tweede-, derde- en vierderangspolitici op om een bescheiden gift te doen, maar vooral: om gezien te worden. Ik, mens. Zie mij, hoe goed ik wel niet ben. Modelburger.

Van beleidsmakers verwacht ik dat ze dat zelfstandig naamwoord eer aan doen en dat ze beleid maken. Niet dat ze zich vrolijk maken, of dat ze een cheque overhandigen voor het goede doel, een bedrag dat — laten we wel wezen — van ons, belastingbetalers, afkomstig is. Ze spelen dus sinterklaas met onze centen. Zo kan ik het ook. En u.

Het gênante is dat deze en vorige regeringen, of ze nu federaal of regionaal waren of zijn, weinig hebben gedaan om de problematiek die centraal staat op Rode Neuzen Dag aan te pakken. Ze reikten niet alleen geen oplossingen aan, ze kwamen niet eens af met ideeën die tot die oplossingen zouden kunnen reiken. Een rode neus opzetten is makkelijker dan te proberen die Rode Neuzen Dag geheel of gedeeltelijk overbodig te maken. Het eerste is schijnempathie, het tweede echte. Het eerste komt er alleen op neer dat je je agenda één avond moet vrijmaken en lachen voor de camera, het tweede heet: regeren. Het eerste is grote sier maken met ons geld, het tweede is doen waarvoor wij hen betalen. Dat er überhaupt initiatieven als Rode Neuzen Dag nodig zijn, is net een gevolg van een gebrekkig beleid. Daar dan vrolijk aan meedoen, komt neer op een bekentenis van onmacht, onwil of onkunde, of een combinatie van die drie.

Het is o zo makkelijk om met een groepje ministers de populaire kerel of meid uit te hangen. De show wordt live uitgezonden op VTM, gegarandeerd een miljoen kijkers die je plots iets sympathieker vinden dan een paar uur voordien. Of het nu gaat om aandacht vragen voor tieners met psychische problemen, het mentaal welzijn op scholen of het weerbaarder maken van jongeren, het zijn thema’s die niet gecontesteerd worden. Bijna iedereen leeft mee, en wie niet meeleeft, leeft niet tegen. We kennen allemaal wel in onze (ruime) omgeving iemand die ermee te maken heeft en we vinden dat, terecht, heel erg. Betere goede doelen zijn er haast niet. Doneren maar!

Stel u even voor dat diezelfde groep ministers zou uitgenodigd worden op een Gala van de Vluchteling, of zelfs een Gala van de Dakloze, zouden ze dan ook gezamenlijk opdraven en daar vooraf foto’s van verspreiden op Twitter, Instagram en Facebook? Zou er, buiten eventueel de bevoegde minister, één iemand uit de regeringen aanwezig zijn op zo’n evenement voor mensen die het óók zeer moeilijk vinden, maar waarvan een groeiend aantal Vlamingen denkt: ach, wat heeft dit met mij of met ons te maken? Of zouden ze, opportunistisch als ze steeds vaker zijn, wegblijven, wetende dat dit geen stemmen oplevert. Eigen probleemmensen eerst.

Ik vind dat de Vlaamse ministers die rode neus nu maar moeten laten opstaan, tot er beweging in de goeie richting is op de wachtlijsten in de zorg en andere problemen die wel degelijk tot hun bevoegdheid behoren en waar nu geen schot in komt. Anders blijft dit ontwijkgedrag, schuldig verzuim.



En op het eind wint de Nederlander

Sport Posted on wo, november 27, 2019 10:43:13

(Mijn ‘Bankzitter’ van maandag 25 november in De Standaard.)

Zelfs oponthoud kort na de start kon Mathieu van der Poel niet deren op de wereldbekercross in Koksijde. Nog in de eerste ronde reed hij al op kop, daarna kregen we het gebruikelijke machtsvertoon. Indrukwekkend om zien, deze dominantie, maar stilaan ook de doodsteek voor het veldrijden.

Flashback naar zondag 30 januari 1994. De Nederlander Richard Groenendaal rijdt alleen voorop in de duinen van Koksijde. De wereldtitel is binnen handbereik. Tot uit de achtergrond plots Paul Herygers opdoemt. Als die op de hoogte van Groenendaal komt, legt hij zijn rechterhand treiterend op de schouder van zijn rivaal. Kijk, jongen, hier ben ik. Arrogantie en improvisatie in één beweging, kijkend Vlaanderen heeft er een held bij. Die, ondanks verwoede en ook woedende pogingen van Groenendaal om hem af te schudden, even later wereldkampioen wordt. Dit is wat de Vlaming graag ziet: een landgenoot die een ‘Hollander’ aftroeft mét Hollandse branie. We blijven onveranderlijk underdogs.

Flash forward naar zondag 24 november 2019. De Nederlander Mathieu van der Poel rijdt alleen voorop in de duinen van Koksijde. Geen tegenstander in de buurt, niemand die hem bijhaalt en treitert. De anderen staan niet op de foto, zoals dat in het jargon heet. Meer nog: de fotograaf moet een tijdje wachten voor ze in beeld komen. Nochtans waren de ingrediënten aanwezig om er een iets spannender cross van te maken dan de zes vorige die Van der Poel had gewonnen. Omdat de Nederlander in het wereldbekerklassement niet bovenaan stond – om de eenvoudige reden dat hij nog maar aan een van de vier manches had deelgenomen -, kon hij niet vanaf de voorste rij de tegenstand al in de eerste rechte lijn degraderen tot meerijders. Hij werd dan ook nog eens in de eerste bocht opgehouden door een valpartij voor hem en moest vanuit zowat veertigste positie terugkeren. Maar nog voor het einde van de eerste ronde reed hij op kop. Zo goed is hij. Zo gewoontjes is de rest.

Lucratief

Mathieu van der Poel is de grootste crosser van zijn generatie. Hij presteert zelfs in familiaal lastige tijden optimaal. Vorig weekend won hij na de dood van zijn grootvader, Raymond Poulidor. Dit weekend won hij twee keer na de emotionele begrafenis van de Fransman die de bijnaam Eeuwige Tweede torste, ook al won ie dan 189 wedstrijden. ‘Poupou’ koesterde die bijnaam, ‘Poepoel’ zal eerder bekend raken als Eeuwige Eerste. Hij wint bijna altijd. Vorig seizoen 32 crossen op 33, nu zit hij al aan 7 op 7.

Op de weg is Van der Poel eveneens een fenomeen. Won de Amstel Gold Race na een waanzinnige inhaalrace, was de beste in koers in de Ronde van Vlaanderen, maakt wegwedstrijden in de sprint én solo af. Alleen in het WK zakte hij op het eind door het ijs.

Ook in het mountainbiken is Van der Poel top. Een sport die hij beoefent omdat het een olympische discipline is, in tegenstelling tot veldrijden. Dat hij voorlopig veld én bos én weg blijft combineren, heeft met het lucratieve aspect te maken. Startgeld dat tussen 10.000 en 25.000 euro ligt, plus nog wat prijzengeld, dat laat je niet liggen als 24-jarige. Toch zal hij liever vroeg dan laat moeten beslissen waar zijn toekomst écht ligt. Wellicht op de weg met naar verluidt een VO2-max van 89, een hoger maximaal zuurstofopnamevermogen dan Chris Froome.

Té dominant

Probleem met Mathieu van der Poel is dat hij té dominant is. Als hij pas na twee maanden aan het seizoen begint, wint hij meteen. Waar hij aan de start komt, wint hij. Hij weegt veel zwaarder op zijn sport dan zijn voorgangers, zelfs meer dan Eddy Merckx in diens gloriejaren op de weg, want Merckx had stevige concurrentie. Die heeft Van der Poel niet. Volgers van het veldrijden zeggen dat er nu toeschouwers speciaal naar een veldrit gaan om de Nederlander aan het werk te kunnen zien. Hoe lang nog?

Veldrijden leeft al decennia van rivaliteiten. De broers De Vlaeminck tegen elkaar en tegen Wolfshohl, Longo en Berten Van Damme. Liboton tegen Vermeire en Zweifel, Stamsnijder en Thaler. De Clercq-Vervecken, Nys-Wellens, Nys-Albert, we hadden de duels jarenlang voor het uitkiezen. Daar leefde deze sport van biertenten en hotdogs op. Die spanning is er nu niet. Zelfs als Wout Van Aert terugkeert, zal hij zijn meerdere moeten erkennen, misschien houdt hij het een paar ronden langer vol dan de andere Vlamingen.

Veldrijden is in 2019 meer dan ooit Vlaanderen versus Nederland. In Wallonië en Brussel liggen ze niet wakker van fietsende dames en heren in het veld, in Nederland wordt nauwelijks een cross live uitgezonden. Nochtans een mooie kijksport, één uur volle bak. Heel oneerbiedig zou je veldrijden korfbal-op-twee-wielen kunnen noemen. Op het eind wint een Nederlander.

Uitbreiding wereldbeker

Terug naar 1994. In de top 10 vond je toen zes nationaliteiten. Vier Belgen, twee Nederlanders, een Italiaan, een Tsjech, een Fransman en een Zwitser. Op het eind van hun carrière samen goed voor vijf wereldtitels bij de profs.

Gisteren in Koksijde bestond de top 10 uit drie Nederlanders, een Brit, een Duitser en vijf Belgen. Die Brit, Tom Pidcock, werd eerder dit jaar wereldkampioen bij de beloften, terwijl een landgenoot van hem, Ben Tulett, toen de regenboogtrui bij de junioren mocht aantrekken. Dat lijkt hoopgevend voor de internationalisering van de sport, maar er was ook een andere waarheid op het recentste WK: twaalf van de vijftien medailles gingen naar veldrijders uit de Lage Landen.

Volgend jaar wordt de wereldbeker uitgebreid van negen naar, wellicht, zestien manches, te organiseren in minstens zeven landen. Een plan van Flanders Classics. Nadenken over de toekomst van een sport die qua beleving het niveau van een Vlaamse kermis niet meer overstijgt is nodig, maar waarom dan wedstrijden organiseren voor nagenoeg lege circuits, waar alleen de Vlamingen naar kijken op tv? Publieke belangstelling kun je niet kunstmatig creëren. En als er meer in het buitenland wordt gecrosst, zal dat ten koste gaan van wedstrijden in eigen land. Er zullen er minder zijn of het deelnemersveld zal minder sterk zijn, waardoor sponsors en publiek zullen afhaken, en wedstrijden zullen verdwijnen. Vicieuze cirkel.

In de marge van dit alles wordt de samenwerking tussen sponsor Telenet en de veldritploeg van Sven Nys eind volgend jaar beëindigd. Vreemd genoeg was de communicatie gisteravond tegenstrijdig: volgens Nys heeft zijn Sven Nys Cycling Team die knoop doorgehakt, omdat ze geen exclusief partnership meer willen met een mediabedrijf. Bij Telenet is net het tegenovergestelde te horen: ‘Wij hebben besloten het contract stop te zetten.’

Veldrijden zal de komende jaren ongetwijfeld nog vele tienduizenden Vlamingen blijven beroeren, thuis en langs het circuit, maar als topsport is deze discipline op sterven na dood.



Erger dan de jaren 30

Geschiedenis Posted on za, november 23, 2019 13:21:38

Het ging de voorbije dagen weer over de jaren 30. Niet over de tijdsspanne die er over tien jaar aankomt, maar over het tijdsgewricht dat, afhankelijk van hoe je de jaartelling bekijkt, begon in 1930 of 1931, en eindigde in 1939 of 1940. (Voor wie daar een boompje wil over opzetten: onze jaartelling begint op het punt 0, min of meer gelijk aan de geboorte van Jezus Christus. Al wat daarvoor gebeurde, heet ‘v.Chr.’, al wat daarna geschiedde is ‘na Chr.’, of gewoon: een jaartal. Het jaar 0 bestaat niet. We namen een vliegende start en begonnen in het jaar 1, net zoals het jaar voordien niet 0 of -0 was, maar -1. Die ‘nul’ was een momentopname, zo weer verdwenen. Een ijkpunt en niet meer dan dat. Verder niets om ons zorgen over te maken of om er brede maatschappelijke debatten over te organiseren. Ware het niet dat we de onhebbelijke gewoonte hebben om alles in decennia op te delen. En dat het makkelijker klinkt om pakweg de jaren 60 af te bakenen tussen 1 januari 1960 en 31 december 1969. Wat dus fout is, want als onze tijdrekening begon in het jaar 1, startten de ‘sixties’ logischerwijze in het jaar 1961. Logisch, omdat we als volgt tellen: 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10. Kortom, het jaar 1930 behoorde nog tot de jaren 20, de jaren 30 begonnen op 1 januari 1931 en eindigden op 31 december 1940. Met mijn welgemeend excuus voor deze flinke zijsprong.)

Het ging dus over de jaren 30. Herman Van Goethem, historicus en rector van de UAntwerpen, schreef op het eind van een week die begon met een brand in een toekomstig asielcentrum dat de politieke pyromanen van de jaren 30 terug zijn van weggeweest. Hij haalde er de Kristallnacht bij, en de boekverbrandingen onder de nazi’s. Collega-historicus Nico Wouters waarschuwde een paar dagen later voor dat soort veralgemeningen. Wouters raadt af om vergelijkingen te maken met de jaren 30 van toen, al schreef hij ook: ‘Van Goethem is uiteraard een uitstekend historicus en zijn vergelijking met de jaren 1930 is op zich correct. Het punt is wel dat je met evenveel legitimiteit ook de fundamentele verschillen met de jaren 1930 kan benadrukken. Het hangt er maar van af welke focus je gebruikt en welke elementen je naar voren wil halen. Dat maakt van dit soort historische parallellen vaak een interessant intellectuele oefening maar een zeer problematische raadgever voor vandaag.’

Van Goethem blaast warm, Wouters afwisselend koud en warm. Reductio ad Hitlerum, zoals dat in geleerdere kringen genoemd wordt, neigt soms tot reductio ad absurdum. Laten we daar even van afstappen en toch proberen te vergelijken. Een evenwichtsoefening die niet makkelijk is, zeker niet voor een man die, zoals ondergetekende, al uitschuift als hij een ijsplek in de verte ziet opdoemen.

In díe jaren 30 werd een hele natie, Duitsland, getroffen door de gevolgen van de herstelbetalingen die deel uitmaakten van het Verdrag van Versailles uit 1919. De geallieerden waren daar naartoe gestapt met de idee om wraak te nemen op de Duitse oorlogszucht tussen 1914 en 1918. Over slechte raadgevers gesproken: wraak en rancune zijn áltijd slechte raadgevers. Want in plaats van de Duitse leiders te treffen en zij die de oorlogsmachine actief ondersteunden, werd de gewone man in Duitsland getroffen. En die gewone man kreeg het steeds moeilijker om te overleven, laat staan volwaardig te leven. Op die brokstukken van een gehavende samenleving-zonder-vooruitzichten profileerde een klein mannetje met een snorretje zich om de natie een betere toekomst voor te spiegelen. Zoals beginnende politici weleens plachten te doen, riep hij: met mij wordt het beter. Maar dan moet je mij wel onvoorwaardelijk volgen. Hij was de grote winnaar van verkiezingen, kreeg als aanvoerder van een minderheidspartij de macht toegeschoven door weifelende traditionele partijen — de trado’s van het Duitsland van 1933 — en maakte daar almacht van. U kent uw geschiedenis. Er hoorde een zondebok bij, méérdere zondebokken zelfs, maar de Joden genoten wel de oneer om helemaal platgewalst te worden door de propagandamachine van Goebbels en daarna uitgeroeid te worden in de kampen. De Duitse Johann met de pet knikte en keek de andere kant op. Of werkte actief mee. Het was toch hún schuld dat wij, gewone Duitsers, het moeilijk hadden, nietwaar?

De Jood van toen — een heel specifiek ras en een heel specifieke bevolkingscategorie — is nu de vreemdeling geworden — heel breed gedefinieerd. Asielzoekers, gelukzoekers. Migranten komen ons werk afnemen. Moslims komen ons bekeren tot de islam. Fundamentalisten zullen ons uitmoorden. Dus mag zo’n toekomstig asielcentrum volgens sommigen — een omschrijving van een op het eerste gezicht beperkte categorie die zich echter steeds verder uitbreidt — in de fik gestoken worden. Liever zelfs mét asielzoekers erin, riepen enkelingen. Vergis u niet, hun aantal groeit. Kijk naar het onverstoorde en flink toegejuichte angstaanjagende repertorium van rechtse en extreemrechtse politici en opiniemakers. Kijk naar haatreacties op allerhande fora. Kijk vooral naar de verkiezingsuitslagen. Zwarte Zondag, morgen precies achtentwintig jaar geleden, is intussen Pikzwarte Zondag geworden.

***

Het migratiedebat is compleet verziekt. Migratie is nodig, elke samenleving, elk land heeft het nodig. Maar wel op een gecontroleerde wijze. Mensen die pro ongelimiteerde migratie zijn, dwalen. Zo werkt het niet. Dat kan een samenleving, hoe dynamisch ook, niet volhouden. Als u tot die groep behoort, stop hier en lees iets anders dat meer in uw kraam past. Mensen die tegen bijna elk vorm van migratie zijn, dwalen evenzeer. Wat doet u hier trouwens, rep u naar Doorbraak.

***

Wat de huidige situatie zo schrijnend maakt, is dat er niet meer over migranten wordt gesproken, maar over migratie. Er wordt niet over vluchtelingen gesproken, maar over het vluchtelingenprobleem. Er wordt niet meer over mensen gesproken, maar over getallen. Statistieken. Ontmenselijken werkt, dat werd nog vóór de jaren 30 van de vorige eeuw aangetoond, maar het werd onder Hitler en Goebbels wel geperfectioneerd. Als je de vreemdeling ziet, in plaats van een vreemdeling, kan je makkelijk verabsoluteren. En er een probleem van maken. Problemen vragen om oplossingen, liefst zo makkelijk mogelijke. Dat communiceert handiger.

Een vergelijking met de jaren 30 is dus verleidelijk. De parallellen zijn er, de methodes zijn herkenbaar. En toch wringt het. Daar dacht ik deze week aan na het lezen van verschillende opiniestukken en een schijnbaar achteloze tweet van volksvertegenwoordiger Van Langenhove, die een schoolbezoek aan het Fort van Breendonk omschreef als een vorm van ‘zelfhaat’. Daar kan je maar één conclusie uit trekken: hij vindt het jammer dat de Duitsers de oorlog niet hebben gewonnen. Hoe kan je immers aan zelfhaat doen, als je naar Breendonk stapt om te leren uit de geschiedenis van toch nog niet zo heel lang geleden? Zelfhaat is dan, in de ogen van de Vlaams Belang-representant: als Vlaming tegen je zin naar een historische plek gaan en zien waar het in jouw ogen is fout gelopen. Veel duidelijker kan je boodschap niet zijn, tenzij je — wat afgelopen zomer gebeurde — als lid van een rechts-van-extreemrechtse organisatie de Hitlergroet brengt in de oude kantine van de nazi’s in Breendonk. Dat laat nóg minder tot de verbeelding over.

Op een slinkend aantal uitzonderingen na — uitstervende Oostfronters en andere collaborateurs, die nog altijd overtuigd zijn dat ze destijds de juiste keuze maakten — hebben de racisten van vandaag geen oorlog verloren. Ze hebben niet de gevolgen moeten dragen van herstelbetalingen die heelder generaties in armoede zouden onderdompelen. Ze kregen niet te maken met economische uitzichtloosheid. Ach ja, de duistere jaren 80 en de bankencrisis van tien jaar geleden, dat wel, maar dat waren kleine, vervelende gebeurtenissen in vergelijking met wat Duitsland tussen de twee wereldoorlogen meemaakte.

Dat de Duitsers massaal overstag gingen en de kant van een dictator kozen, die het beste met hen voorhad, zo dachten ze, is achteraf bekeken fout en dom, maar niet eens zo onbegrijpelijk. In tijden van uitzichtloosheid is elk minuscuul lichtje aan het eind van de tunnel een baken. Je kunt dat niet goedkeuren, maar je kunt het wel begrijpen. Oorzaak-gevolg. De massahysterie en de onvoorwaardelijke steun voor een onmenselijk regime kwamen voort uit radeloosheid. Racisme — het beeld van ‘Untermenschen’ zoals Joden en zigeuners — was in die donkere dagen een reddingsboei. Het zijn wij, of de anderen, zo werd hen voorgeschoteld. Een leugen, maar wel een die geloofwaardig klonk.

Hoe zit dat met de racisten van nú? Waren de Duitsers eerder onvrijwillige haatzaaiers — ‘we moeten dit doen om ons hachje te redden’ —, dan zijn de racisten van vandaag vrijwillige haatzaaiers. Ze grijpen een onzichtbare bedreiging aan om bevolkingsgroepen te ontmenselijken. Wie zich blind laat leiden door uitspraken van mensen die wel of niet gehinderd worden door een cordon sanitaire, van Francken tot Dewinter, begint zich langzamerhand te gedragen als de Duitsers van weleer, maar dan zonder hun beweegredenen. Hier is geen sprake meer van een werkelijke oorzaak en een werkelijk gevolg. De oorzaak wordt verzonnen, aangedikt, in hapklare brokken nepnieuws verpakt en geslikt door steeds meer mensen.

Als je het zo bekijkt, is het misschien beter om op te houden voorspelbare, in se niet eens onjuiste, maar al te makkelijke vergelijkingen te trekken met de jaren 1930. Eigenlijk is het nu erger: dit is racisme omdat het kán, omdat mensen dat diep in zichzelf wíllen, omdat ze zich superieur achten. Dat superioriteitsgevoel was onder Hitler een propagandistisch middel, nu is het een ‘feit’. Racisme is bijna een doel op zich geworden.

Vreemd dat de vooruitgangsoptimisten en de leden van het obscure zootje dat zich ‘Bende van de Vooruitgang’ noemt, dat nog niet hebben opgemerkt, verblind als ze zijn door hun ‘Zo gaat het goed, zo gaat het beter’-mantra. Dat blind zijn voor gevaren tot ongelukken leidt, is nochtans iets wat je kunt leren uit de geschiedenis.



Hoe goed zijn de Rode Duivels echt?

Sport Posted on di, november 19, 2019 18:44:36

(Deze bijdrage verscheen gisteren als ‘De Bankzitter’ in De Standaard.)

Sterke Rode Duivels, zwakke tegenstanders. Zo kun je de groepsfase voor Euro 2020 samenvatten. Idem voor de alleen op papier lastige uitmatch in Rusland: 1–4. De 30 op 30 wenkt, maar bij deze kwalificatie past ook de nodige relativering.

De wedstrijd in en tegen Rusland diende voornamelijk om na te gaan of een door blessures verzwakt elftal – zonder Kompany, Vertonghen en Meunier – toch in staat zou zijn om in Sint-Petersburg te winnen. Het antwoord is: ja, zeker, vrij makkelijk zelfs. De eerste helft was imposant, vooral op de counter. De tweede was routineus. Wat zaterdag vooral in positieve zin opviel, was de solidariteit, de tactische discipline en het altruïsme van de Rode Duivels. Kwaliteiten die je kunt meenemen naar een groot toernooi.

Twee tegendoelpunten hebben de Duivels tot nog toe moeten incasseren in deze campagne, twee keer tegen de Russen. Daartegenover staan 34 gemaakte doelpunten. De beoogde 30 op 30 in groep I van de Euro 2020-voorronde is zeer nabij. Dat moet lukken morgenavond, in die laatste thuiswedstrijd tegen Cyprus.

Smalle kern

Maar waar staan we nu? In het verleden stond de verdediging op punt en hadden de Rode Duivels vooral nood aan aanvallende kracht. Deze generatie zit eerder te wachten op de opvolgers van Kompany (op het moment van Euro 2020 34 jaar oud), Vermaelen (34), Vertonghen (33) en Alderweireld (31). Alleen die laatste lijkt nog jong genoeg om het WK van 2022 in Qatar te kunnen meepikken. Even sterke opvolgers staan niet klaar. Boyata is een degelijke vervanger zonder meer, Denayer moet nog altijd bevestigen in het nationale shirt en Dendoncker is meer een middenvelder dan een centrale verdediger. Worden er nog verdedigers opgeleid?

Ander mogelijk pijnpunt is de breedte van de selectie, of het gebrek daaraan. Landen als Brazilië en Duitsland kunnen twee bijna evenwaardige elftallen opstellen, Frankrijk zit daar niet ver vandaan. Na het afhaken van Fellaini en Dembélé en het afserveren van Nainggolan zijn de volwaardige alternatieven in de veeleisende 3-4-3 van Roberto Martínez op de vingers van één hand te tellen: Mignolet, Vermaelen, Tielemans, Chadli en Batshuayi. Die laatste niet omdat hij zo intelligent voetbalt, maar omdat hij bij de nationale ploeg makkelijk scoort: 16 goals in 29 meestal niet eens volledige wedstrijden, een gemiddelde van meer dan een op twee dus. Op de vleugels, o zo belangrijk in dit systeem, zijn Castagne en Carrasco hooguit verdienstelijke doublures voor Meunier en Thorgan Hazard, die stilaan incontournable wordt.

Om op Euro 2020 een gooi te kunnen doen naar goud, is de fitheid van de basisspelers na een lang en slopend seizoen cruciaal. Dat wordt toch bang afwachten. De geleide loting zal normaal in ons voordeel werken, met haalbare tegenstanders als Rusland en Denemarken. Dan kan er wat geroteerd worden in de groepsfase.

Makkelijke weg

We moeten de prestaties van de Rode Duivels naar waarde schatten. Dat wil zeggen: bescheiden juichen, maar ook beseffen dat deze ‘gouden generatie’ nog niets gewonnen heeft. En dat een voorronde tegen Rusland (37ste op de huidige Fifa-ranking), Schotland (53), Cyprus (93), Kazachstan (121) en San Marino (209) weinig relevant is, zeker als je weet dat zowel nummer één als twee in de poule rechtstreeks naar het EK mag. Zwakke groep, zwakke tegenstanders, dominante Duivels. Al dient gezegd dat andere grote voetballanden het soms lastig hadden in vergelijkbare groepen.

Kijken we even naar de voorrondes die de Duivels moesten spelen om vorige EK’s met minstens acht deelnemers te bereiken. Om tot de finale in Italië in 1980 te kunnen doordringen, eindigde België eerst bovenaan in een groep met onder meer Oostenrijk, Portugal en Schotland. Alleen de groepswinnaar kwalificeerde zich toen. Het toernooi van 1984 werd gehaald dankzij een eerste plaats in een groep met vier: Zwitserland, DDR en Schotland. Zelfs op weg naar Frankrijk, drie jaar geleden, moesten toch nog Wales (bij aanvang van de kwalificatiecampagne toen 41ste van de wereld), Bosnië en Herzegovina (19) en Israël (68) opzijgezet worden.

Dit is dus de makkelijkste en meest logische kwalificatie ooit. En die eerste plaats op de wereldranglijst moet eveneens in zijn context bekeken worden. Die hangt nu eenmaal samen met het makkelijke programma.

Van Himst en Voorhoof

Verdient wel een vermelding: Romelu Lukaku. Wat hij bij de Rode Duivels presteert, is knap. Topspits. Hij zit inmiddels aan 52 doelpunten in 84 interlands, 62 procent, oftewel een goal om de 145 minuten. Hij is daarmee met ruime voorsprong topschutter aller tijden van de nationale ploeg en doet zowel in absolute getallen als in percentages beter dan Bernard Voorhoof (international tussen 1927 en 1940) en Paul Van Himst (1960-1975), beiden goed voor 30 goals. Voorhoof deed dat in 61 wedstrijden (49%), Van Himst in 81 (37%). Ook Eden Hazard is hen intussen voorbijgestoken: hij zit aan 32 doelpunten in 105 interlands (30%).

Statistisch is dat duidelijk. Maar laten we opnieuw de context niet vergeten. Voorhoof kreeg in zijn tijd geen hapklare brokken als San Marino voorgeschoteld: het waren destijds dan wel (bijna) allemaal amateurs, maar in de toplanden leefden ze als profs. Hij scoorde onder meer tien keer tegen Nederland, vijf keer tegen Frankrijk en twee keer tegen Italië en Duitsland. Eigenlijk was alleen zijn ene goal tegen Luxemburg tegen een zwakkere tegenstander, want de Rode Duivels maakten zelf weinig klaar tussen de oorlogen. Bij zijn laatste cap was Voorhoof niet eens dertig, de Tweede Wereldoorlog onderbrak een maand later abrupt zijn internationale carrière.

Ook Van Himst kreeg doorgaans met veel sterkere verdedigers te maken dan die van Cyprus of Schotland. Bovendien was hij niet eens een diepe spits. En wat voor Voorhoof geldt, geldt ook voor Van Himst: België stelde in diens gouden jaren internationaal niet zoveel voor, op die ene uitschieter in 1972 na: brons op een EK dat vanaf de halve finales in ons land werd georganiseerd.

Dit zet de statistieken van Romelu Lukaku toch enigszins in perspectief: goed gedaan, maar beter omringd, tegen zwakkere tegenstanders en met meer interlands per jaar. Ach, als hij over acht maanden maar aan het kanon staat.



Heimwee naar de Volksunie

Politiek Posted on za, november 16, 2019 13:01:43

Een taalbad voor kleuters. Klimaatontkenners moeten ook welkom zijn in De afspraak. Migratie is de oorzaak van het verlies aan vrije ruimte op het platteland. Ballekes in tomatensaus moet in de Vlaamse canon staan.

Het regende de voorbije weken ideeën, ideetjes en idee-fixejes van N-VA-excellenties, waarbij ik dat woord ‘excellentie’ hanteer als neutrale aanduiding van hun positie in de samenleving, niet vanwege grote verdiensten of aantoonbare ‘excellente’ prestaties. Het legen van de ideeëntrommel komt er enkele maanden nadat de tijdelijke Vlaamse minister-president de Belgische vlag ‘een vod’ had genoemd.

Het is de schuld van de Walen, de sossen, de politiek correcten, de linkse wereldverbeteraars, enfin, van iedereen, behalve ‘van ons’. Zelfs de begrotingsschuld is zogezegd ontstaan ná het vertrek van N-VA uit de federale regering. Het moet makkelijk zijn om verantwoordelijkheden te dragen met een geel-zwarte sjerp omgegord: is het goed, dan strijk je de eer op, is het slecht, dan ligt het aan de anderen.

Calimero kan er nog iets van leren.

***

Daarbovenop komen nu de besparingen in de cultuursector. Zes procent generiek, ‘slechts’ drie procent voor zeven erkende kunstinstellingen, zestig procent voor wie rekende op projectsubsidies. In die pot zit niet langer 8,47 miljoen euro, maar 3,39 miljoen. Min 5 miljoen en 80.000 euro, voor wie zijn rekenmachientje bij de hand heeft. Een habbekrats voor de Vlaamse begroting (die afgerond 48,2 miljard euro bedraagt), een levensnoodzakelijk inkomen voor betrokken organisaties en individuele kunstenaars.

Als mijn rekenmachientje me niet in de steek laat, bedraagt de besparing in culturele projectsubsidies 0,00012 procent van de Vlaamse begroting. Dat is peanuts. En dat herleidt deze zogeheten besparing tot wat ze werkelijk is: een ideologische keuze. Een optater voor al die lastige, betweterige, allesbehalve Vlaamsgezinde, zonder uitzondering extreemlinkse culturo’s, die al jaren in het vizier van rechts liggen. Jongens en meisjes die spuwen op de Vlaamse identiteit. Weg met ons! Soumission! Vroeger hadden we tenminste nog kunstenaars die oog voor schoonheid hadden, zei N-VA-Kamerfractieleider Peter De Roover gisteravond ongeveer letterlijk in De afspraak op vrijdag. Kortom, het is hun eigen schuld, van die anti-Vlaamse potverteerders. Wat denken ze wel? Het zal hen leren! (Best mogelijk dat deze laatste zin letterlijk weerklonken heeft op een voorbereidende vergadering in Vlaams-nationalistische hoofdkwartieren, meervoud in dit geval.)

N-VA (en in de niet zo verre achtergrond Vlaams Belang) neemt een voorschot op de toekomstige Vlaemsche Vlaamse meerderheid, waarin nog veel meer lastige, betweterige, allesbehalve Vlaamsgezinde mensen te horen zullen krijgen dat het hen zal leren. En terwijl deze schaamteloze ontmanteling van hedendaagse kunst en cultuur in alle openheid gebeurt — de culturo’s mogen nu zelf een tegenvoorstel doen aan minister-president-cultuurminister Jambon, wat erop neerkomt dat ze het executiemiddel mogen kiezen: de strop, de guillotine, de kogel of de elektrische stoel, het resultaat is toch hetzelfde — hoor je behalve een paar dappere backbenchers niemand van CD&V en Open VLD, partijen die nog niet zo lang geleden bevlogen cultuurministers leverden zoals Renaat Van Elslande, Frans Van Mechelen, Rika De Backer, Karel Poma, Patrick Dewael en Sven Gatz. Ruggengraatloze lafheid is het, op een tweet van Dewael na: ‘Cultuurbeleid is meer dan het conserveren van ons roemrijk verleden. Als we onvoldoende investeren in hedendaagse kunst verschraalt ons verleden. De creaties van nu zijn het erfgoed van morgen.’

Wat doen zijn partijgenoten? (Voorlopig niets.)

Wat doen de christendemocraten? (Voorlopig niets.)

Straks mogen we die ‘voorlopig’ schrappen. CD&V en Open VLD zijn letterlijk en figuurlijk meelopers geworden, aanhangsels, appendixen in het lichaam van een regering. Ze spelen mee in een draaideurentragedie binnen het gesubsidieerd politiek theater, hebben niet eens hun rol uit het hoofd geleerd. Op de affiche staan is belangrijker, dáár draait het om. Ze willen er per se bij zijn en wentelen zich zodanig in onderdanigheid dat over vijf jaar de totale overbodigheid wenkt. Van onderdanig naar overbodig, zoveel letters verschil zitten daar niet op. Opgeslorpt als ze zijn in nabije of toekomstige voorzittersverkiezingen doen ze niets. En laten ze betijen. Alsof dat stemmen zal opleveren over vijf jaar, of — wie weet — als we binnenkort toch vervroegd naar de stembus moeten omdat er geen federale consensus wordt gevonden (die er ook ná die eventuele verkiezingen niet zal zijn, maar dit nu even terzijde).

Christendemocratische en liberale staatsmannen draaien zich om in hun praalgraf.

Nog levende ex-leiders zitten in een hoekje te wenen, bij zoveel ideologisch verval, bij zulk verlies aan geloofwaardigheid, bij de nakende overbodigheid.

***

Nooit gedacht dat ik dit ooit nog zou schrijven (‘OK, boomer!’), maar ik heb heimwee naar de Volksunie. Ik heb zelfs ooit één keer op die partij gestemd, de allereerste keer dat ik naar de stembus mocht. 8 november 1981. Je moest toen 21 zijn om je stem via een rood potlood te laten horen. Uit pure balorigheid — wist ik veel van partijprogramma’s toen — stemde ik voor een partij van balorige politici, van in mijn ogen redelijke rebellen, dwarsliggers met een grote mond en een klein hartje. Met name Hugo Schiltz vond ik een begenadigd debater. Altijd ter zake, altijd het algemeen belang voor het eigenbelang plaatsend. Een staatsman, quoi, zonder dat ie in zijn lange politieke carrière al te veel mocht bedisselen welke richting het land zou uitgaan.

Later werd ik een zwevende kiezer. Nooit nog maakte ik het bolletje rood onder de afkorting VU. Maar ik zag wel dat Schiltz een bruggenbouwer bleef: een Vlaming die de Walen niet haatte en die meedacht in functie van het overleven van dit moeilijke land. Dat ligt helemaal anders bij de huidige Vlaams-nationalistische voormannen (m/v). Artikel 1 van de statuten kan voor hen niet snel genoeg toegepast worden.

Ik zag hoe Jaak Vandemeulebroucke met hand en tand de hormonenmaffia bestreed. Zoek bij de huidige geel-zwarten maar eens iemand die zich aan de kant van de zwakken in de samenleving plaatst. Of die systematisch criminaliteit bestrijdt. (Neen, de War on drugs telt niet mee, dat is een schijn- en schertsvertoning!) Willy Kuijpers kwam op voor verdrukte volksgroepen. Aan Vic Anciaux hebben we de huidige Ancienne Belgique te danken, zoek die recente Belpop maar eens op waarin hij het trucje uit de doeken doet. Zoon Bert werd uitgelachen omdat hij weleens in het openbaar weende, maar werd als minister van Cultuur en later Sport (toen al na de implosie van de Volksunie) gewaardeerd door deze sectoren. ‘Gewaardeerd’ in de zin van: hij kreeg ook bakken vol kritiek, maar achter zijn beleidsmaatregelen stak een idee en dat idee was niet ideologisch verkleurd.

Bart De Wever mag dan wel, althans volgens een door De Morgen samengesteld panel, de invloedrijkste intellectueel van deze regio zijn, toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het intellectuele gehalte van de gemiddelde Volksunie-mandataris een pak hoger lag dan dat van de gemiddelde N-VA-functionaris.

Mag dat nog terloops opgemerkt worden?



Is er nog plaats op het Genkse trainerskerkhof?

Sport Posted on do, november 14, 2019 10:01:57

(Deze bijdrage verscheen dinsdag 12 november onder de noemer ‘De bankzitter’ in De Standaard. Diezelfde dag nog werd Felice Mazzu ontslagen als trainer van KRC Genk. De slotparagraaf werd wegens plaatsgebrek niet afgedrukt in de krant.)

Club Brugge leed op de Bosuil de eerste nederlaag van het seizoen. Antwerptrainer Laszló Bölöni mag nog even blijven zitten. In Genk wacht Felice Mazzu wellicht een ander lot, na de pijnlijke thuisnederlaag tegen Gent. De landskampioen is op de sukkel. Doorgaans wordt de trainer dan geslachtofferd.

Mazzu-time. Met die term werd de voorbije seizoenen aangegeven dat Sporting Charleroi, toenmalige club van Felice Mazzu, op de valreep had gescoord. Vandaag betekent ‘Mazzu-time’: tijd om op te stappen. Begin vorige week nog eiste voorzitter Croonen ‘een reactie’ na de vijfde seizoensnederlaag. Die kwam er gedeeltelijk op Liverpool, waar KRC Genk na een nipte nederlaag toch met een goed gevoel Limburgwaarts keerde. De uitgestippelde tactiek, een soepele 3-5-2, oogstte bijval.

De bevestiging moest er zondag in de vooravond komen tegen AA Gent, dat zelf donderdag voor het eerst dit seizoen een uitzege boekte, tegen het sterke Duitse Wolfsburg dan nog. Minder dan 72 uur na die stunt koos Jess Thorup voor nagenoeg hetzelfde elftal. Alleen de vleugelbacks werden gewisseld: Castro-Montes en Mohammadi vervingen Lustig en Asare. De geschorste Odjidja werd noodgedwongen vervangen door Bezus. Bij Genk kwam ten opzichte van de bemoedigende prestatie op Anfield alleen Onuachu in het team voor Ito. Never a change a losing team, als de eer hooggehouden werd.

Twee vroege doelpunten, eentje in iedere helft, bezegelden het Genkse lot. Depoitre en David duwden Mazzu nog wat dichter naar de uitgang. Zes nederlagen op veertien wedstrijden: de patiënt is ernstig ziek zonder uitzicht op genezing en dan schrijven voetbaldokters meestal een trainersontslag voor. ‘Dit is Genk onwaardig’, zei technisch directeur De Condé achteraf. ‘We moeten deze week de koppen samen steken en kijken wat het beste is voor de club.’ Vandaag is voorzitter Croonen terug van een buitenlandse trip. Straks weet Felice Mazzu hoe laat het is. Mazzu-time.

Falend transferbeleid

Hoe is het zo ver kunnen komen? Om te beginnen is het vanzelfsprekend ondankbaar om een succescoach af te moeten lossen. Philippe Clement slaagde er vorig jaar in Genk naar boven te stuwen met flitsend voetbal. Na het behalen van de titel koos hij voor de vlucht vooruit: Club Brugge. Genk moest op zoek naar een trainer die het goed moest doen in de competitie én in de Champions League. Minstens één zege moest dat opleveren op het kampioenenbal, iets waar Genk bij drie vorige gelegenheden niet in was geslaagd. Bernd Storck, die het uitzonderlijk goed had gedaan bij Moeskroen, Ivan Leko, één keer kampioen en één keer tweede met Club, en Felice Mazzu, zes meer dan behoorlijke seizoenen in Charleroi, werden genoemd. Het werd Mazzu, een trainer die bekend staat voor een tactische benadering die vertrekt vanuit defensieve stabiliteit.

De penningmeester lachte deze zomer zijn tanden bloot in de Luminus Arena. 20 miljoen euro voor Trossard, 13,7 miljoen voor Malinovski, 8 miljoen voor Aidoo. In totaal kwam er zo’n 47 miljoen binnen van uitgaande transfers, en dan was er nog de 9 miljoen die Toronto in maart neertelde voor Pozuelo, plus de vele miljoenen uit de Champions League-pot. Daartegenover stond iets meer dan 33 miljoen aan inkomende transfers.

Ga er als nieuwe trainer maar aan staan: een tot held uitgeroepen voorganger opvolgen met een verzwakte kern. De jonkies Hagi, Nygren, Cuesta en Odey moeten nog groeien, Hrosovsky haalt niet het hoge niveau van Malinovski en is een beetje dubbelop met Berge, die tegen alle verwachtingen in niet vertrok, Onuachu wordt voorlopig afgeremd door Samatta, nog zo’n verrassende blijver, en Theo Bongonda, zo schreven we vorige week al, is een momentenvoetballer. In Waregem waren dat er heel wat, in Genk tot nog toe bijzonder weinig.

Als trainer hang je af van de spelers die de club je aanreikt. Voorzitters en technisch directeurs stappen zelden op vanwege een falend transferbeleid. In de top 10 van transferuitgaven in de 31 jaar dat de Genkse fusieclub bestaat, prijken zes spelers die in 2019 kwamen. Dan zou je toch meer individuele kwaliteit mogen verwachten op het veld.

Trainerskerkhof

Felice Mazzu is natuurlijk niet zonder schuld. Hij wilde een succesvol team ‘zijn’ voetbal laten spelen: de vleugelbacks werden opgesloten in een tactisch stramien, terwijl net zij vorig seizoen voortdurend voor aanvallende impulsen zorgden. Met de 4-3-3 van Clement was Genk gevaarlijk via de flanken en met infiltrerende middenvelders. Je kunt als trainer koppig vasthouden aan je eigen accenten, maar dan moeten die wel direct resultaat opleveren. Daarna begon Mazzu te weifelen en probeerde hij verschillende tactische concepten uit. Genk werd een elftal zonder gezicht en zonder vastigheid. Het peterprincipe bestaat in alle bedrijfssectoren, óók in het voetbal. Jammer voor deze gentleman, een zeldzaam verschijnsel in het topvoetbal.

Maar er is meer aan de hand in Genk. Voor de vierde keer al loopt het mis na het behalen van de landstitel. Na de titel in 1999 vertrok Aimé Anthuenis naar Anderlecht. Zijn opvolger, Jos Heyligen, hield het vol tot de winterstop. Sef Vergoossen bleef nog bijna twee volle seizoenen na de titel in 2002, ook al vielen de resultaten wat tegen. Na het vertrek van Frank Vercauteren, kampioenenmaker 2010/2011, kwam Mario Been. Die loodste Genk naar een verdienstelijke derde plaats, maar moest in zijn derde jaar verdwijnen. Op het Genkse trainerskerkhof liggen ook nog Johan Boskamp, René Vandereycken, Hein Vanhaezebrouck en Peter Maes, toch geen beginnelingen. Alleen Anthuenis hield het er meer dan drie seizoenen vol en stapte zelf op. Stof tot nadenken.

Als de voorspelbare beslissing weldra gecommuniceerd wordt, moeten ze zich in Genk toch eens bezinnen over de clubcultuur. Vinden ze het oké dat een landstitel een gevolg is van een combinatie van toeval, tijdelijke hoogconjunctuur en minder goed presterende opponenten, of willen ze elk seizoen bovenin meedraaien? Dit zei Peter Croonen daar eind juli over in een voorbeschouwing op het seizoen: ‘Je kan de traditionele inkomstenbronnen – ticket- en abonnementenverkoop, sponsoring, merchandising, tv-gelden – slechts geleidelijk verhogen, dus moeten wij proberen ons te plaatsen voor Europees voetbal en geregeld spelers verkopen.’ (DS 25 juli)

Arme Felice Mazzu en arme opvolger binnenkort.



Volgende »