Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Peu is te weinig

Politiek Posted on za, februari 15, 2020 13:01:58

Er wordt minder gepest op school, was een van de hoofdpunten op het radiojournaal gisterochtend. Goed nieuws, ben je dan geneigd te denken, al gaat het om slechts enkele percenten minder en moet dit gegeven de komende jaren bevestigd worden. Maar toch… we trekken ons graag op aan het positieve. Vooruit met de geit!

Tot je dan, enkele tellen later, verneemt dat PS-voorzitter Magnette de definitieve doodsteek heeft gegeven aan het projectje van koninklijk opdrachthouder Geens. Geen paars-geel, no way, maar dan in het Frans en via een uitgekiende mediaselectie, zodat het nieuws echt wel zou doordringen tot in la Flandre profonde. Net zoals trop te veel is, is peu te weinig. Er is nog nauwelijks een raakvlak tussen de grootste politieke partijen van Vlaanderen en Wallonië, laat staan dat er overlappingen zijn tussen de partijprogramma’s. De Chinese muur tussen N-VA en PS lijkt een pak steviger dan die tussen N-VA en Vlaams Belang. Dat het land eerder snel dan langzaam uiteenvalt en het project-België geen toekomst lijkt te hebben, is daarbij meegenomen. Voor N-VA is dat de ultieme natte droom — zie artikel 1 van de statuten. Voor de PS is het geen schrikbeeld meer. Stel je voor dat het land splitst, dan is de Parti Socialiste gewoon de grootste partij van het land Wallonië. Dat is ook iets om je aan op te trekken.

In de Nederlandstalige media werd het weer geframed alsof Magnette de onverzettelijke, egoïstische, alleen aan het eigenbelang denkende partijvoorzitter is. Op het vlak van de media is het land alleszins al gesplitst. Eigen politiek volk eerst. Terwijl, als je tenminste de moeite doet om naar hem te luisteren of zijn interview in Le Soir te lezen, Magnette gewoon herhaalt wat hij al een poos zegt, en wat ook de conclusie was van de preformateurs Bourgeois en Demotte begin november, ruim drie maanden geleden dus: paars-geel lukt niet. Het water is veel te diep. Magnette zei ook niet dat de enige uitweg uit deze impasse paars-groen aangevuld met CD&V is — de zogeheten Vivaldi-collectie —, want je kunt niet alleen proberen een regering te vormen zonder N-VA en de ‘extreme partijen’ (Vlaams Belang en PTB-PVDA), benadrukte hij, maar ook zonder PS. Er blijven dan 101 zetels over, vijfentwintig meer dan nodig is voor een meerderheid. Nieuwe verkiezingen schrikken de PS evenmin af, liet Magnette nog weten.

Wat Magnette nu zegt (‘Niet met N-VA!’), zei Bart De Wever al op 26 mei, verkiezingsavond (‘Niet met PS of Ecolo!’). Als het gaat om de timing wie wanneer wie heeft uitgesloten, mag dat gegeven niet genegeerd worden — nog zoiets waar Vlaamse media ‘sterk’ in zijn. De moedwil komt van beide kanten. Je kan het die partijen verwijten, je kan het ook zien als standvastigheid. Tussen confederalisme en gedeeltelijke herfederalisering van bevoegdheden gaapt een diepe kloof. Je mag van de N-VA niet verwachten dat ze opnieuw vijf jaar geduld vraagt van haar initiële doelpubliek, de Vlaams-nationalisten. Je mag van de PS niet verwachten dat ze het land verder laat uithollen. Wat je wel mag verwachten: dat politici zoeken naar een compromis dat zo weinig mogelijk compromitterend is. Daar drijft dit land al decennia op. Die goodwill, dat voluntarisme is momenteel verdwenen. Van verkozenen des volks mag je zowel consequentie (vasthouden aan de voornaamste programmapunten van hun partij) als inconsequentie (toegevingen doen om een zo breed mogelijk gedragen consensus te vinden) verwachten. Vandaag houdt de grootste partij van elke regio vast aan die consequente en tegelijk onverdraagzame houding. Wie eerst met de ogen knippert, verliest. Niet toegeven.  

Blijft de vraag waar de therapeutische hardnekkigheid van de CD&V vandaan komt. Dat de rechtervleugel van die partij (De Crem, Bogaert) de N-VA in de regering wil, is logisch: dan zal het regeerakkoord er een pak rechtser uit zien. Dat ook de nieuwe voorzitter, Joachim Coens, en de meest verstandige man van de christendemocraten, Koen Geens, alleen maar voor paars-geel wilden rijden, is dat veel minder. Ten tijde van het kartel was de liefde een pak koeler. Overigens was het gisteren precies zestien jaar geleden dat het ‘Valentijnskartel’ tot stand kwam, een beetje symbolisch dat net op die datum Geens de oranje handdoek in de ring wierp.

Wil de CD&V misschien opnieuw een kartel, zij het dan vanuit de omgekeerde overweging van 2004? Toen was dat de laatste reddingsboei voor de Vlaams-nationalisten, op dat moment nog één zetel rijk in het Vlaams parlement, nu lijken sommige christendemocraten hun treintje te willen aanhaken aan de intussen veel grotere N-VA, wetende dat de eigen partij stilaan richting overbodigheid dendert. De partij die de N-VA destijds gered heeft, wil nu op haar beurt gered worden, zou het zo simpel kunnen zijn?

Tussen de constatering van het duo Bourgeois-Demotte op 5 november en het vroegtijdig teruggeven van het mandaat van Geens op 14 februari, liggen precies honderd en een dagen. Drie maanden en een dikke week waarin rondjes werden gedraaid.

Wat een schaamteloos dralen.

Wat een kostbaar tijdverlies.

Wat een slecht amateurtoneel.

België als draaideurenkomedie die uitdraait op een tragedie. Rien N-VA plus (ter verschoning: deze uitdrukking komt niet van mij, ik leen ze hier even). We hebben nu al vijf informateurs (twee duo’s en de eenzaat-Magnette), een duo preformateurs en een koninklijk opdrachthouder versleten, wat nu, koning? De burgers van dit land zijn meer waard, zou je kunnen stellen. Ware het niet dat diezelfde burgers deze patstelling mee tot stand hebben gebracht op 26 mei. La belle gigue, zong André Bialek al in 1976. Mais la belle gigue, gigue / Gigue qu’on leur fera danser / Quand les vieilles digues, digues / Diguedon les fera tomber / Si c’est possible. België als absurd woordspelletje in een liedje. We blijven nu eenmaal het land van Magritte.

Ceci n’est pas une formation.



Boe!

Politiek Posted on za, februari 08, 2020 13:03:10

Yesssss!

Dat was, kort samengevat, mijn binnensmondse reactie toen ik de beelden zag van Nancy Pelosi die ostentatief de uitgeprinte versie van de State of the Union verscheurde vlak nadat de president was uitgesproken. Iets meer dan de helft van de zaal applaudisseerde machinaal voor de leider van het land, de andere helft verroerde geen vin. (Of verroerde wel een vin en stapte op).

***

Zo, als u het daar niet mee eens bent, kunt u nu nuttiger dingen gaan doen.

***

De voorzitter van het Huis van Afgevaardigden die zich openlijk afkeert van de belangrijkste toespraak van het jaar in de Verenigde Staten: de beleidsverklaring van de zittende president. Zijn nieuwjaarsbrief, als het ware. Zo braaf zijn we geweest, zo goed doen we het, zo welstellend zullen jullie allemaal worden dankzij mij, daar komt het telkens weer op neer. Maar dan meestal eloquenter verwoord, altruïstischer geformuleerd en niet verpakt als één grote egotrip. Donald Trump is wie hij is, de grote oranje vogel zingt zoals hij gebekt is.

Not done, zeiden de meeste waarnemers, ook wie een duidelijke voorkeur heeft voor de Democraten (of een duidelijke afkeur tegen Trump). Het is onbeleefd, je verlaagt je tot het niveau van het heerschap op het spreekgestoelte en je bezorgt hem alleen maar een onverhoopte opstoot van populariteit. Allemaal waar, ongetwijfeld. Dat de geste van Pelosi contraproductief kan zijn voor de prestatie van de democratische presidentskandidaat op 3 november, die kans is meer dan reëel. (Het was trouwens de week van Trump: eerst het geknoei op de democratische voorverkiezing in Iowa, dan de boze Pelosi, en weer een dag later de verwachte stopzetting van de impeachmentprocedure in de Senaat. Donald Trump is de winnaar, voor het eerst leunt zijn approval rating tegen de vijftig procent aan.)

De eerste vraag is: had Pelosi in se gelijk met haar verscheuract? Stond het wiebelende oranje gevaarte voor haar de hele tijd te liegen of de waarheid te verdraaien? Ja. Had hij oog voor álle Amerikanen in zijn toespraak? Neen. Is die man een gevaar voor zijn land en, bij uitbreiding, de hele wereld? Ja. Stel dat u gezegend bent met een portie hersens die voldoen om redelijk te kunnen redeneren, dan zou u nooit op Trump stemmen, mocht u de kans hebben. Wie wél op Trump stemt, is een kortzichtige domoor. Mag ik dat nog zeggen? Heeft de waarheid nog haar rechten?

De andere vraag is: had Pelosi dit móeten doen, rekening houdend met de reacties op het publieke forum en de mogelijke boemerang die ze smeet? Had Hillary Clinton tijdens de verkiezingscampagne van vier jaar geleden een deel van het kiespubliek van Trump ‘a basket of deplorables’ (vrij vertaald: een bende betreurenswaardige lieden) mogen noemen? Neen, allicht niet, het zal haar geen goed hebben gedaan. Hetzelfde geldt, waarschijnlijk, voor de partij van Pelosi in, opnieuw, een verkiezingsjaar. Hadden de twee democratische boegbeelden gelijk? Ja, natuurlijk. Pelosi reageerde zich af op een bullebak die haar geen blik, en ook geen hand, waard achtte bij het begin van de ceremonie en die vervolgens de hoofdrol speelde in de Amerikaanse versie van Het Leugenpaleis. Clinton had en heeft gelijk: wie stemt op een man die beweert dat hij tégen het establishment is (terwijl hij er zelf middenin zit), die allerlei onhaalbare beloften doet, die zich seksistisch en racistisch gedraagt, en die met zijn onbezonnen uitspraken de broze evenwichten in de wereldpolitiek in gevaar brengt, mag je gerust achterlijk noemen. Gatachterlijk, zelfs. Alleen… zíj had dat tóen beter niet gedaan.

Net zoals Pelosi beter niet die papieren had verscheurd, toch niet voor de camera. Want: eerlijk zijn, de waarheid vertellen, hoort nu eenmaal niet in de politiek. Het is een wereld waarin hypocrisie heerst. Je mag je tegenstander in een debat kleineren, maar als je zijn moment de gloire afneemt, dan word je een slechte (toekomstige) verliezer. Je mag tientallen argumenten aandragen waarom het programma van een narcistische idioot nergens op slaat en compleet onrealistisch is, maar je mag zijn potentiële aanhangers geen idioten noemen, ook al zijn ze dat wel (tenzij wie rijk, seksistisch, racistisch en oorlogszuchtig is, uiteraard).

Wat Nancy Pelosi deed, was de waarheid tonen met enkele simpele handgebaren. Deze toespraak is niets waard, bijna elke letter is gelogen, uit de duim gezogen of schromelijk overdreven. Dus: dank u, mevrouw Pelosi, voor die geste die alle mensen met een beetje gezond verstand zouden willen doen in uw plaats, maar kom niet wenen als de verkiezingen over negen maanden weer een knaloranje bejaarde baby ter wereld brengen.

***

‘Ik steek mijn vinger in het gaatje van uw God,’ zei een zestienjarig Frans, lesbisch meisje tegen een stalkende moslimjongen. Het Instagramfilmpje ging viraal. Kan dit? Mag dit? Er kwam een hashtag van: #jesuismila. Gelanceerd door ongure, extreemrechtse types die het wel leuk vonden dat een assertieve meid de islam beledigde. We worden overspoeld, nietwaar, #soumission nog aan toe. Na de doodsbedreigingen en andere verwensingen aan haar adres gingen ook anderen overstag. De vrijheid van meningsuiting mag niet gekaapt worden door radicale racisten en godsdiensthaters (’t is te zeggen, die ene verre godsdienst, niet die andere nabije).

Mila heeft het recht om te zeggen wat ze gezegd heeft. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Hooguit kun je opwerpen dat een meisje van zestien haar manieren moet leren. Een opdringerige jongeman brutaal afschudden is één ding, maar er meteen zijn religieuze afhankelijkheid bij halen en daarmee een hele geloofsgemeenschap beledigen is dan weer un pont trop loin. Maar zelfs dan blijft het binnen de perken van de vrije meningsuiting. Zaak gesloten (hopelijk). Een uurtje strafstudie volstaat, voor meisje én jongen.

***

Een minister-president slash minister van Cultuur uitjouwen, mag dat? Het overkwam Jan Jambon tijdens de MIA’s, het jaarlijkse masturbeermoment van de Belgische muziekindustrie. Hij mocht de hoofdprijs uitreiken, ‘Hit van het jaar’, nota bene aan een Franstalige zangeres. Toen hij werd aangekondigd, weerklonk er boegeroep. Die culturo’s toch: op het Vlaams Nationaal Zangfeest zie of hoor je ze nooit, en nu gaan ze een beetje ‘Boe!’ roepen naar de man die ocharme net wat subsidiekraantjes heeft dichtgedraaid van obscure gezelschappen die wij, oprechte Vlamingen, niet eens kennen!

Om op de vraag bij het begin van de vorige paragraaf te antwoorden: ja, natuurlijk mag dat. En waarom niet eigenlijk? Moet je politici een beleefd aanwezigheidsapplausje gunnen als je weet dat de partij van de minister-president er alle baat bij heeft dat de federale onderhandelingen niet van de grond komen en zich ook zo gedraagt, dat er in de Vlaamse regering een aantal harteloze maatregelen werden genomen, en dat er vóór de vorming van die regering uitgebreid werd gepraat met een partij die blijft dwepen met de Cyriel Verschaeves van deze wereld?

Het wekt eerder verbazing dat het niet vaker gebeurt. Soms zie je op Twitter een reactie passeren van een partijvoorzitter of minister die juicht om een knappe sportprestatie van een landgenoot, waarna er in een vingerknip respons komt in de aard van ‘Zoudt ge niet beter doen wat ge moet doen, in plaats van hier de populaire proberen uit te hangen?’ Weet u wat: die onbeleefderiken hebben gelijk. In de beste der werelden, waarin er geen begrotingstekort is, de mensen in nood worden geholpen, de politieke leiders niet worstelend over de vloer rollen en maatregelen worden genomen waar we allemaal beter van worden op de lange termijn, mogen vooraanstaande politici wat mij betreft een graantje meepikken van een uitzonderlijke prestatie van een landgenoot. Maar, alstublieft, niet nú, niet híer. Doe eerst waarvoor u verkozen bent.

Kanttekening: het is nog maar de vraag of de boeroepers, die er net als Nancy Pelosi overtuigd van zijn dat ze gelijk hebben, dat gelijk ook zullen halen. De populariteit van Jan Jambon zal niet gedaald zijn na donderdagavond, wees daar maar zeker van. En de sympathie van Jan Modaal voor de cultuursector zal niet gestegen zijn. En toch: soms moet je je eigen versie van de waarheid durven te zeggen (of roepen), ook al word je daar niet onmiddellijk beter van.

***

Als ik van de VRT was — wat ik soms ben — zou ik Donald Trump volgend jaar, kort na zijn herverkiezing, uitnodigen om de hoofdprijs uit te reiken op de MIA’s. Benieuwd wat de reactie van de zaal zal zijn.



Delphine

Geschiedenis Posted on za, februari 01, 2020 13:07:35

Maandag 13 november 2017. Dankzij Google kan ik de weekdag perfect reconstrueren, veel dank daarvoor (en laat die mails van bevriende organisaties over spullen die met maandagen of 2017 te maken hebben maar komen, de spam staat open!). Dat het net díe datum was, vind ik terug in mijn sms’en. Ik mocht die avond voor Van Gils & gasten het gesprek met Delphine Boël voorbereiden, over de opening van een tentoonstelling van haar werk die ze ‘Love’ had gedoopt en waarin ze veelkleurige schilderijen exposeerde die het woord ‘Love’ in veelvoud bevatten. Een verademing ten overstaan van haar vorige werk, waaruit agressie, diepe zielenpijn en een niet te doven boosheid leken te stralen. Of ze bereid was voor de trailer van het programma ‘Love’ op de wand van het decor te schilderen, terwijl Lieven Van Gils zijn bekendste gasten van die avond introduceerde? No problem. Wekenlang heeft het erop gestaan, die Love. Daar was ik wel een beetje trots op.

Ja, natuurlijk grepen de eindredacteur met dienst en de presentator die tentoonstelling aan om het heel even over haar kunst te hebben en dan zo snel mogelijk over te gaan tot waar het écht over moest gaan: dat ze een bastaardkindje van onze voormalige koning is. Zo gaat dat in talkshows, gasten mogen het kort hebben over waar ze mee bezig zijn, waarna ze lang en breed mogen, neen: móeten, vertellen over waar ze liever niet mee bezig zouden zijn, maar dat te smeuïg is om er niet over te praten. De mensen willen dat horen, weet u wel. Haar man Jim en de kinderen waren mee. Een warm gezin, dat voelde je. Met veel plaats voor humor en zelfrelativering. Lieven zei, in het Engels, iets verontschuldigend in de aard van ‘Ik moet deze vraag wel stellen’, waarop zij, tongue-in-cheek anticiperend, repliceerde: ‘O ja, móet je deze vraag wel stellen?’ Ze wist heel goed wat er ging gebeuren (ik had haar ook gebriefd, zeer zeker wel). En dus badineerde ze een beetje over De Rechtszaak. Iedereen tevreden: zij, omdat het óók over haar werk ging, wij, omdat het óók over haar reden van bestaan voor de Belgische media ging.

Een paar maanden later kreeg ik de opdracht om Delphine Boël opnieuw te contacteren, omdat er een uitspraak op til was in de DNA-zaak die moest bepalen wie haar biologische vader was, ook al wisten we dat natuurlijk al lang. Ik stuurde haar een lange sms, met de vraag of ze daarover wilde komen praten. Minder dan een uur later kreeg ik een nogal bits antwoord terug. Ik permitteer het me de essentie ervan hier neer te schrijven, omdat er geen kroon ontbloot wordt. ‘I am very sorry but I can’t talk about this stuff.’ Ik voelde me een paparazzo, een stalker die maar in één ding geïnteresseerd was, hoewel ik — echt waar — de kunstenares en de vrouw Delphine veel interessanter vond dan de wouldbe-semi-prinses. Soms draaien we in de journalistieke wereld als een hamster rond in een rad dat zelden fortuin brengt. Ik prevelde iets terug, dat ik het volledig begreep (wat ik ook deed), dat het me speet dat ik het gevraagd had (wat ik ook meende) en dat we hoopten haar in de toekomst uit te nodigen als er een nieuwe tentoonstelling zou zijn van haar werk (wat ik ook oprecht graag gedaan zou hebben). Maar ik voelde vooral walging, dat ik het überhaupt gevraagd had, zoals ongetwijfeld meer dan een handvol collega’s terzelfdertijd zullen gedaan hebben, mogelijk met minder gewetensproblemen en wroeging.

***

‘Zijn majesteit Koning Albert II heeft kennisgenomen van het DNA-onderzoek waartoe hij zich geschikt heeft op vraag van het hof van beroep in Brussel. De wetenschappelijke conclusies tonen aan dat hij de biologische vader van mevrouw Delphine Boël is.’ Meer dan een droog communiqué van vijf paragrafen had het juridisch team rond de vijfentachtigjarige vorst er niet voor over. In de rest van de tekst wordt benadrukt dat Zijne Overspelige Vorst (mijn woorden!) zich nooit heeft willen bemoeien met de band tussen ‘mevrouw Boël’ en haar wettelijke vader, dat ‘mevrouw Delphine Boël’ zelf gekozen heeft voor een lange en pijnlijke procedure, en dat zij het was die het privéleven van de betrokken partijen niet heeft gerespecteerd. Zijn versie van ‘can’t talk about this stuff’.

De afgetreden koning die zich koning mag blijven noemen, bevestigde gewoon wat we allemaal al lang wisten. Hij zei niet ‘Et alors?’, zoals de Franse president Mitterrand ooit deed, toen aan het licht kwam dat die een buitenechtelijk kind had. Hij zei niet ‘Het spijt me, Delphine’, of iets vergelijkbaars dat had kunnen aantonen dat hij enige affectie voelt voor zijn vierde en jongste kind, halfzus van die andere drie. Ofwel heeft hij slechte adviseurs, ofwel is hij zelf een slechte mens, ofwel een combinatie van beide, maar dit was belabberde communicatie. Waar was Frank Swaelen nu we hem nodig hadden, om Albert toe te roepen: ‘Mijnheer, uw gedrag is onwaardig en schandalig, en het hele land zal u veroordelen!’ Swaelen is niet meer. Zoals ook Albert niet meer is, dat wil zeggen de prins-bon vivant die na de plotse dood van zijn ultrakatholieke ‘brave’ broer onverwacht op de troon belandde en zich daar na een aarzelend begin ontpopte tot een geliefde vorst — herinner u de aandoenlijke beelden van een bevende man tijdens de eedaflegging, die achteraf werden toegeschreven aan een essentiële tremor. Van Bert Bibber tot Piet Pienter. Die ogenschijnlijke charmante, humorvolle man van vlees en bloed bleek een koud heerschap te zijn, niet in staat om liefde te geven, niet bereid om de smeekbede van een jonge vrouw te beantwoorden en haar te erkennen als de zijne. (Of was het toch de al even kille Paola die hem influisterde om nooit toe te geven, zoals Joël De Ceulaer vandaag insinueert in De Morgen.)

Et alors?, riep het volk en het ging door met de dagelijkse besognes. Er werd wat afgelachen, het nieuwsbericht was nog niet koud of de eerste koninklijke moppen werden afgevuurd. Dat er met Zijne Ontkennende Hoogheid werd gespot, keur ik nog goed. Eigen schuld… Maar helaas moest ook Delphine het ontgelden. Een vrouw die al drie decennia streeft naar erkenning, meer niet. Geen titel, geen centen, geen plaats aan de kerstdis, gewoon: haar biologische vader die toegeeft wie hij is en — als het even kan — ook nog eens zegt dat hij haar graag ziet. Zoals ieder kind dat wil horen, dat je gewenst bent, dat je altijd welkom bent, dat je geliefd bent, dat je van hem bent. Dat je bént, tout court. Niets van dat alles. De vorst zweeg in alle landstalen. Alsof hij meer is dan een mens van vlees en bloed. Alsof zij minder is dan een mens van vlees en bloed. De meesten onder ons, lezers, kunnen zich de pijn niet voorstellen van niet te weten wie je bent en waar je vandaan komt, wat in feite neerkomt op: niet te bestaan. Je bent en toch ben je niet. Gelukkig is ze goed omringd en heeft ze haar kunst. Misschien moet u toch maar eens naar haar volgende expositie gaan.

Happy for you, Delphine!



Eu

Samenleving Posted on za, januari 25, 2020 13:02:02

Goed.

Goede.

Daar staat die ‘Eu’ hierboven voor. Niet voor Europese Unie, al mag dat in theorie en in principe voor mij wel onder ‘goed’ gecatalogeerd worden, in de praktijk wringt het soms een beetje.

Eu, dus.

Eureka. Europa. Euro. Euforie. Eustachiusbuis. Eucalyptus. Eutrofie. Eufemistisch. Eurovisiesongfestival. Euthanasie. Zjoske Vermeulen. Raymond en Jan Ceulemans.

Toch wijst niet elke eu op ‘het goede’. Ik denk aan eucharistieviering, of Fernand Keuleneer, die je gerust in één adem mag noemen. Ook euthanasieproces valt niet onder het goede, want wie er ook ‘wint’, er zijn alleen maar verliezers. Tine Nys, die postuum gereduceerd wordt tot een vrouw zonder duidelijke wil. De zussen Nys, die afgeschilderd worden als afwezige, empathieloze familieleden van een vrouw met levensproblemen. De advocaten, die alle registers opentrekken om de tegenpartij verdacht te maken, te kleineren, te ontmenselijken. De samenleving, die de gevolgen zal dragen van verdachtmakingen heen en weer.

Als er al winnaars zullen zijn, zijn het de tegenstanders van euthanasie. Zij die vinden dat zelfbeschikkingsrecht niet zou mogen bestaan. Die vinden dat ons leven in handen van een wezen ligt van wie het bestaan nooit bewezen werd, een bovenaardse kracht. Die vinden dat mensen hun lot moeten ondergaan en die zo hypocriet zijn om zelfmoord als enige uitweg open te laten, dan kan je achteraf de aflijvige nog eens bekritiseren. ‘Wat doen ze hun nabestaanden toch aan!?’

Dat stoorde me deze week ook: dat onder bijna elk artikel over het euthanasieproces een verwijzing stond naar de Zelfmoordlijn. Begrijpelijk, omdat de vrouw rond wie alles draait, verschillende zelfmoordpogingen achter de rug had en die — mocht de uitweg euthanasie afgesloten geweest zijn — meer dan waarschijnlijk opnieuw zou gepoogd hebben haar leven te beëindigen. Onbegrijpelijk, omdat euthanasie zo opnieuw gereduceerd wordt tot de keuze ‘Doe ik het zelf of laat ik het doen?’ Euthanasie is de perfecte illustratie van baas zijn over je eigen leven, zoals abortus dat ook is, of het homohuwelijk. Er zijn restricties, wat goed is. Er zijn aan de ene kant mensen die die restricties willen uitbreiden en aan de andere kant mensen die een aantal van die restricties willen afschaffen. Dat is het maatschappelijke debat, dat op zich waardevol is. Maar het is ook een debat dat we al gevoerd hebben: euthanasie bestaat, als je aan de wettelijke voorziene voorwaarden voldoet. De enige zinvolle discussie zou moeten zijn: moet je die wet verfijnen en/of uitbreiden? Niet: moeten we de wet reduceren of afschaffen?

‘De vrouw rond wie alles draait’, schreef ik in de vorige paragraaf, maar eigenlijk draait dit proces niet om Tine Nys. Zij is het postume hoofdpersonage van een film met een walgelijk scenario, waarop met name de katholieke kerk zich wil profileren. Het is heus geen toeval dat de zussen worden begeleid door advocaten die eerder ten dienste stonden van de Kerk, om seksueel misbruik te minimaliseren of in de doofpot te stoppen (Operatie Kelk), of om heel specifiek Roger Vangheluwe te verdedigen.

(Terloops 1: zelfs de zwaarste misdadiger heeft recht op een adequate verdediging, maar moet zo’n advocaat dan ook procedurefouten gebruiken of mee aan de kant van de leugen gaan staan? Dat je probeert de straf voor een crimineel zo laag mogelijk te houden is nog iets anders dan pogen hem vrijuit te laten gaan. Blijkbaar heeft niet iedereen daar een gewetensprobleem mee.)

(Terloops 2: Keuleneer, Van Cauter, Van Steenbrugge, Mussche, Vermassen. De advocaten in dit proces komen weer uit de Who’s who? van de Vlaamse advocatuur. Waar zitten Mary, Rieder, Luyckx, Damen, Lahlali en de Soudi’s? Je zou er een voetbalelftal mee kunnen samenstellen, met de zogeheten topadvocaten, ware het niet dat er net als bij mijn geliefde Beerschot een onevenwicht in de ploeg zou zitten. Keuleneer als rechtsback, dat zou nog wel lukken, maar niemand in doel of centraal achterin en iedereen wil in de spits, want daar kan je scoren.)

Op Twitter is Fernand Keuleneer soms de held van links, omdat hij ingaat tegen Theo Franckens haatdragende opmerkingen, maar diezelfde Keuleneer blijft natuurlijk wel een reactionair man die liefst de klok zou terugdraaien naar eind jaren 80, toen er van abortus en euthanasie alleen nog in de geschriften van slimme mensen als Etienne Vermeersch en Hugo Van Den Enden sprake was. Het mocht nog niet. Dat vond de kerk wel oké. Dat de mens dertig jaar later meer te zeggen heeft over zijn eigen leven dan toen, vindt de kerk niet oké. Daar draait dit hele proces om.

Eu thanatos.

De goede dood.

Er zijn mensen die u dit gunnen en mensen die u dit misgunnen, gesteld dat u fysiek of psychisch niet meer in staat zou zijn om volwaardig te leven. Zelfs als op het eind van dit proces blijkt dat de vervolgde artsen en psychiater correct hebben gehandeld, zullen zij niet meer in staat zijn om hun carrière zonder zorgen voort te zetten. De verdachtmakingen zijn er en zelfs als die juridisch gewist worden, zullen ze blijven bestaan. Eén-nul voor de juridische vertegenwoordigers van de familie-Nys én van de kerk.

Elke arts die straks weigert in te gaan op een vraag om euthanasie vanwege de vrees voor een mediageniek proces, is winst voor de tegenstanders van euthanasie. Elke individuele mens in nood moet straks nog iets meer lijden en nog iets duidelijker aantonen wat hem of haar scheelt. Die moet dan maar in het kanaal springen of een dik touw om een balk hangen, als u mij dit cynisme even vergeeft.

In hypocrisie zit geen ‘eu’.



Marc, Vincent, Michael, Karel, Wouter, Patrick, Philippe… et les autres

Sport Posted on za, januari 18, 2020 13:02:23

Alvorens u teleurgesteld weg klikt omdat het weer eens over voetbal gaat — die sjoemelende, overbetaalde, seksistische en maatschappijvreemde sujetten, weet u wel! —, een poging om u bij de les te houden. Heeft u al ooit gehoord van de film Vincent, François, Paul… et les autres? Het is een nogal donkere Franse prent van cineast Claude Sautet uit 1974, met in de hoofdrollen het kransje Yves Montand, Michel Piccoli, Serge Reggiani en Gérard Depardieu, die laatste een jong, aanstormend, slank talent van vijfentwintig. De plot draait rond een stel goed boerende heren die in het gezelschap van hun echtgenotes weekends doorbrengen in een plattelandsvilla, waarbij de vrouwen in de koetjes-en-kalfjeskamer worden gedropt en de heren de serieuze dingen des levens bespreken. Hun eigen problemen, bijvoorbeeld, en dat blijken er nogal wat te zijn. Een praatfilm, quoi, de kunst van het converseren moet je die Fransen niet leren. Maar ook een film die poogt dwars door de schone schijn heen te prikken, daar waar de echte tranches de vie te vinden zijn.

(Ziet u wel, zo interessant kan voetbal zijn. Als in een film. Doet u een poging om verder te lezen?)

Vincent etcetera bezorgde me de inspiratie voor de titel boven dit stukje, maar het scenario lijkt — mits wat fantasie — op wat er zich heden ten dage in Anderlecht afspeelt. Niet de gemeente, de voetbalclub. Afgelopen week werd er daar alweer een paleisrevolutie aangekondigd. Eigenaar-voorzitter Marc Coucke heeft de club nauwelijks twee jaar in handen. In die tijd heeft hij oude getrouwen geschoffeerd, bij het groot huisvuil gezet, beschuldigd van malversaties waardoor er nu aanhoudend lijken uit kasten vallen, hervormingen doorgevoerd en die hervormingen vervolgens weer hervormd. Dat kan, als je de enige baas bent. In dictaturen kan het snel gaan. Daarom niet goed, wel snel. Een paar maanden geleden werd speler-manager Vincent Kompany al officieus gedegradeerd door het in huis halen van Frank Vercauteren als hoofdtrainer. Nu is het de beurt aan Michael Verschueren om zonder dat het in zoveel woorden wordt gezegd een toontje lager te zingen. Hij is geen lid meer van de raad van bestuur en moet rapporteren aan de nieuwe CEO. Demotie is zeer zichtbaar, ook al probeer je het te ontkennen of minimaliseren.

Die CEO heet Karel Van Eetvelt en heeft een verleden bij Unizo en een voorlopig heden bij Febelfin. Man van de actie en de parler vrai. Hij zal gevoed worden door extern adviseur — tevens deeltijds spelersmakelaar en mediamogol — Wouter Vandenhaute. In de raad van bestuur zetelen wielermanager Patrick Lefevere en burgemeester Philippe Close. Die eerste heeft ervaring met het managen van teams, de tweede zou weleens van pas kunnen komen als er moet gelobbyd worden voor een nieuw stadion.

(U bent nog altijd mee, ook al houdt u niet van voetbal? Misschien zegt u wel: wat heeft dit met voetbal te maken? Inderdaad, dat is dé vraag. Zelfs de allerlaatste believers van ‘Trust the process’ beginnen zich dat ongetwijfeld af te vragen.)

Een bedrijf dat om de zes maanden grondig hervormt, is een bedrijf dat slecht draait. Laten we daar, enigszins kort door de bocht maar toch niet ver van de unieke waarheid verwijderd, van uitgaan. Hervormen doe je niet voor je plezier. (Sommige managers zullen dit tegenspreken, psycho- en sociopaten kom je nu eenmaal in alle milieus tegen, ook in deftige cercles.) Wat bij Anderlecht gebeurd is de voorbije dagen en weken, kom je wel vaker tegen in bedrijven in moeilijkheden: ‘we’ weten het niet meer. Huur een handvol consultants in, die zullen ons helpen. (Kost zakken vol geld zonder enige garantie.) Zet wat mensen aan de deur. (Ervaring en competentie weg.) Probeer de perceptie te keren. (Lukt nooit, zeker niet in een gemediatiseerde omgeving als het voetbal.)

Dit is een schoolvoorbeeld van hoe het eraan toe gaat in een ‘old boys network’. Ons kent ons. Marc kent Patrick van hun gezamenlijke tijd in het wielrennen en Wouter als ambitieuze ideeënman in diezelfde sport, mét toegang tot sommige media, Wouter is bevriend met Patrick en gaat geregeld fietsen met Karel, Karel draagt om de veertien dagen een paars-witte sjaal, en Philippe, ja, die kent ook veel mensen. Kennen ze iets van voetbal? Nog belangrijker: kennen ze iets van het runnen van een voetbalclub?

Een stevig verleden in de voetbalwereld en basiskennis van boekhouding, management en langetermijnplanning strekken tot aanbeveling, wil je kans maken dat je club succes heeft. Elk voetbalmilieu verdient zijn Cruijff. Slimme mensen met een hart voor de club, goeie ideeën, connecties en een sportieve visie. Niet dat dat een garantie is, overigens. Herinner u Club Brugge van vijftien jaar geleden: voormalig bondsvoorzitter D’Hooghe haalde Jan Ceulemans, Franky Van der Elst en Marc Degryse in huis, drie Brugse iconen. Het kon niet meer misgaan. Het ging grondig mis. Herinner u, iets minder lang geleden, dat Club gewezen Jan Breydelsterren aanstelde als liniecoaches en verantwoordelijken voor de scouting in hun geboortelanden. Een flop, laten we het zo samenvatten.

Voetbalkennis en clubliefde samenbrengen klinkt goed op papier, maar is geen garantie op succes. Toch is het veel meer aangewezen dan die kennis proberen te halen in het wielermilieu. Het zijn onze populairste sporten, iedereen heeft er een mening over en wie voor de ene is, is tegen de andere, maar daar houdt de gelijkenis op. Wielrennen is een individuele sport die beoefend wordt in ploegen. Voetbal is een teamsport met individuele uitschieters. Voetbal krijgt nog meer media-aandacht. Voetbal is nog veel meer een western: de goeden rijden op de witte paarden, de slechten op de zwarte, er is nauwelijks een tussenweg. Voetbal is nog meer emotie dan koers.

Het profvoetbal zou een nuchtere, zakelijke aanpak kunnen gebruiken. Wat Marc Coucke nu al zeven jaar doet, is het tegenovergestelde. In Oostende diende hij financiële doping toe en zette hij na de match de polonaise in, in Anderlecht mag hij dat niet meer (Financial Fair Play, nietwaar, en die polonaise past niet bij de Brusselse grandeur). Wat stel je nog voor in dat wereldje, als je niet eens meer mag valsspelen? Dus poogt Coucke dat te camoufleren door geregeld de organisatie door elkaar te schudden, waardoor het Peterprincipe helemaal opspeelt. De enige die dat niet inziet, is de man die zichzelf bevorderd heeft tot het niveau waarop zijn onbekwaamheid zichtbaar wordt.

Zo is die goeiige Karel Van Eetvelt nu al voor de tweede opeenvolgende week aanwezig op deze blog. Eerst met een nieuwe politieke beweging, nu met een andere beweging. Tiens, waren ze bij paars-wit niet dringend op zoek naar een beweeglijke, vlot scorende spits?



Zandman Sweeck floreert op strand van Sint-Anneke

Sport Posted on wo, januari 15, 2020 14:58:17

(Deze bijdrage verscheen in lichtjes geredigeerde vorm in De Standaard van maandag 13 januari als ‘De bankzitter’).

Laurens Sweeck is de nieuwe Belgische kampioen veldrijden. Dankzij een slimme ploegtactiek raakte hij voorop en kon hij zijn voorsprong stelselmatig uitbouwen. Eli Iserbyt en uittredend kampioen Toon Aerts eindigden op de ereplaatsen. Bij de vrouwen behaalde Sanne Cant haar elfde titel op een rij.

Een WK zonder Mathieu van der Poel, zo werd het Belgisch kampioenschap veldrijden bij de elite vooraf genoemd. Dat heeft alles te maken met de manier waarop Van der Poel deze sporttak domineert, maar ook met de sterkte in de breedte van de Belgische crosswereld. Binnenkort staan er weer een stuk of vijf landgenoten in de top 10 van het WK. Een accuratere omschrijving ware nochtans geweest: een WK zonder winnaar. Want wie zal er over drie weken de Kempense Nederlander kunnen verslaan?

Het mooie van het ontbreken van veelvraat Van der Poel – 20 op 21 crossen gewonnen, waaronder het Nederlands kampioenschap van gisteren – is dat de koers onvoorspelbaar wordt. Het ging tussen een kransje favorieten. Bij de sterkst vertegenwoordigde ploeg, Pauwels Sauzen-Bingoal, was er recent een akkefietje, omdat hun renners vooral voor zichzelf reden en bijgevolg ook tégen elkaar. Deze keer pakte de mayonaise wel bij Pauwels. Aan het eind van de tweede ronde reden ze prompt met drie op kop. Laurens Sweeck demarreerde, Michael Vanthourenhout en Eli Iserbyt lieten het gat vallen, het BK zat er dan al op. Sweeck bouwde maximaal een kleine minuut voorsprong op, daar bleef na de laatste (feest)ronde met de nodige high fives net iets meer dan dertig seconden van over op ploegmaat Iserbyt en Toon Aerts.

Dat het toch geen vervelend kampioenschap werd, was te danken aan de vele positiewisselingen achter Sweeck. Op de ereplaatsen zag je voortdurend andere renners naar voor schuiven. Voor elke morzel grond werd gestreden. Ook de alweer puike beeldvoering van Sporza maakte dat het nooit een vervelend spektakel werd.

Vierklapper

Geen eerste tricolore bekroning bij de elite dus voor Eli Iserbyt, tweevoudig wereldkampioen bij de beloften. Geen nieuwe titel voor uittredend kampioen Toon Aerts, ondanks een vliegende start. Aerts ondervond de voorbije weken hinder van pijnlijke ribben na een val in de cross van Namen, al namen zijn tegenstanders die fysieke problemen met een korrel zout. Geen unieke dubbelslag weg-veld in één jaar voor Tim Merlier. En evenmin een onverwachte zege op halve kracht voor Wout Van Aert, die nog maar een handvol koersen in de benen heeft en die op één stevige tussenspurt na aangewezen was op aanklampen. Dat is geen schande. Van Aert moet er over zeven weken staan, als het klassieke wegseizoen begint met Omloop Het Nieuwsblad. Zaterdag 29 februari zal in zijn agenda met rood omcirkeld zijn.

Op de erelijst van Laurens Sweeck staan nu titels bij de nieuwelingen, de junioren, de beloften (twee keer) en de elite. Een nooit geziene vierklapper voor iemand die allesbehalve een veelwinnaar is. Het BK was nog maar zijn veertiende profzege in zeven seizoenen, waarin hij twee keer brons behaalde op een EK en twee keer zilver en één keer brons op een BK. Dit was zonder enige twijfel de mooiste overwinning uit de carrière van de zesentwintigjarige Brabander. In Antwerpen vond hij heel wat elementen terug van zijn lievelingsparcours, Koksijde. Sweeck is een zandmannetje. Die floreren op het strand.

Waar was het veld?

Als je aan veldrijden denkt, komt niet onmiddellijk de stad Antwerpen voor ogen, zelfs niet Linkeroever met zijn vele open vlakten. Nochtans biedt het ‘strand van Sint-Anneke’ alle ingrediënten die je nodig hebt voor een selectieve cross: zand, scherpe hellingen, verraderlijk schuin aflopende wegeltjes, natuurlijke hindernissen à volonté. Toch vonden de organisatoren het nodig om daar enkele tijdelijke bruggen aan toe te voegen en een ponton op de Schelde. Daardoor kreeg dit kampioenschap iets kunstmatigs. Jammer.

Jammer ook dat Daniele Pontoni niet meer meerijdt, het had de commentatoren tot enkele spitsvondige woordspelingen tijdens de passages op de ponton kunnen verleiden. Daar stonden geen toeschouwers. Alleen de gelukkigen die waren uitgenodigd op de aangemeerde boot kregen de renners van dichtbij te zien. U weet hoe dat gaat: driegangenlunch met exquise gerechten, rijkelijk vloeiende wijnen en op het eind nog even een uurtje naar de koers kijken. Het ontlokte gewezen Belgisch kampioen Klaas Vantornhout in de Sporza-studio de bedenking dat Antwerpen dan wel een streng bewaakte lage-emissiezone mag zijn geworden, maar een CO2 uitstotende vip-boot wordt er vlotjes getolereerd. Rake opmerking.

De parcoursbouwer opteerde voor een lange, uitgestrekte ronde. Dat maakte dat het publiek niet rijen dik stond en verspreid werd over het parcours, wat ten koste ging van de sfeer, maar waardoor er minder animositeit was onder de supportersclans. Ook in het veldrijden heb elk voordeel z’n nadeel. Door de regen waren er zaterdag nog wat slippertjes. Zondag bleef het droog en zaten de favorieten stevig op hun fiets, op een zeldzame schuiver na. Dat maakte dat de winnaar de beste in koers was, hij hoefde niet te profiteren van andermans tegenslag. Maar wat je aldoor miste was de link met ‘het veld’. Dat je op de achtergrond de havenindustrie zag, versterkte dit nog. Volgend jaar wacht in Meulebeke een natuurlijkere omgeving.

Elf op rij

Het beeld van Sweeck die wenend over de streep reed, wijzend naar de hemel waar zijn onlangs overleden grootvader Alfons – zelf een voormalige profrenner – zich zou moeten bevinden, was pakkend. Nog mooier was de van trots glimmende Sven Nys die zijn zeventienjarige zoon Thibau kampioen bij de junioren had zien worden, precies een kwarteeuw na papa.

De Brabançonne klonk dit weekend ook nog voor Toon Vandebosch (mannen beloften), Aaron Dockx (jongens nieuwelingen), Marthe Truyen (vrouwen beloften), Julie De Wilde (meisjes junioren) en Xaydée van Sinaey (meisjes nieuwelingen). Bij de vrouwen stond Sanne Cant al voor de elfde keer op een rij op het hoogste schavotje. Da’s straf, maar het zegt nog meer over de tegenstand, die er nauwelijks is. Cant moet nog dertig worden, vijftien opeenvolgende titels is een realistisch vooruitzicht voor haar. Zij is de Belgische troefkaart op het WK in het Zwitserse Dübendorf, waar ze ook al voor de vierde keer na elkaar wereldkampioene hoopt te worden.



Hoera, onze partijen zijn niet perfect!

Politiek Posted on za, januari 11, 2020 13:09:48

Twee nieuwe politieke initiatieven in minder dan een week tijd: wat een luxe. 2020 is nu al memorabel. In menig partijhoofdkwartier wordt gesidderd ende gebeefd, want de vernieuwing is op komst. Ach, het zal wel meevallen met dat bibberen en beven, en evenzeer ach, het zal wel tegenvallen met die vernieuwing. Zoals alle voorbije vernieuwingen als puntje bij paaltje kwam een scheet in een fles waren. De geur was niet te harden.

Maandag werd ik op Facebook uitgenodigd om lid te worden van de ‘2020Beweging’ die geassocieerd is met Karel Van Eetvelts aankondiging dat er nood is aan een nieuw politiek initiatief. Ik wilde, zoals ik wel vaker doe, de kat uit de boom kijken en gewoon even koekeloeren wie er al lid was van de beweging die — zo las ik — ‘geen politieke partij’ is. ‘Hier voeren en voeden we het noodzakelijke debat over politieke en maatschappelijke vernieuwing. Minder particratie, meer participatie. Minder eigen gelijk, meer concrete oplossingen. We zitten niet vast in één ideologie of overtuiging. We zijn meerstemmig, zoals de samenleving. Het land in beweging zetten met mensen van goeie wil, daar is het ons om te doen.’

Ik kon die goedbedoelde tekst alleen maar lezen omdat ik dan toch op het knopje om lid te kunnen worden heb geduwd, puur uit nieuwsgierigheid om te zien wie er achter het initiatief zat en wie er net als ik al op dat knopje had geduwd. Wie waren die mensen van goeie wil? Ik zag bekende namen, mensen waarvan ik pertinent zeker weet dat ze van goeie wil zijn. En dan zag ik er anderen tussen staan, van wie ik vermoed dat hun slecht karakter de doorslag zal geven als het er echt op aan komt. Er stond een Vlaams volksvertegenwoordiger tussen, fractieleider zelfs, die dus al in een partij zit. Een voormalige Unia-topvrouw. Behoorlijk wat mensen met een profielfoto die voor twee derde door een geel blokje wordt overlapt, wat zoveel wil zeggen als: géén cultuurbesparingen als het aan ons ligt, meneer Jambon. Maar ook lieden die stevig tegen bestaande rechtse partijen aan schurken. Culturo’s en ondernemers, samen onder één dak? Ik kan me de eerste vergadering al voorstellen. Punt één, zijn we het er allemaal over eens dat we om de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen te verzekeren een begroting in evenwicht nodig hebben? Alle handen spontaan en tegelijk de lucht in. En hoe gaan we dat dan doen? Grote stilte, gevolgd door een kakofonie van ideeën. Besparen in de sociale zekerheid. Migratie beteugelen, asielzoekers weigeren. Geen grote militaire aankopen meer. Fiscale fraude eindelijk aanpakken. Ik bedoel maar: zo werkt het niet, hoe sympathiek ik het uitgangspunt ook vind en hoezeer ik Karel Van Eetvelt ook apprecieer als ondernemingsgezinde ondernemende ondernemer. Sommige ondernemingen zijn gedoemd om te falen. Andere — zoals het lotingideetje van David Van Reybrouck — zullen dat zijn na een paar experimenten in kleinere gemeenschappen. Winston Churchill en Joël De Ceulaer hebben gelijk: hoera, de democratie is niet perfect, maar is wel het enige houvast dat we hebben. En moeten koesteren.

(O ja, er was nog die stelling van Michel Van den Brande, wereldberoemd in Vlaanderen sinds zijn boertige passage in The sky is the limit, dat hij ook een partij wil starten. Samen Voor Vooruitgang, of zoiets. Komaan, Willy Naessens en Jeff Hoeyberghs, jullie beurt!)

***

Politieke vernieuwing klinkt prima op papier, maar is niet realistisch. En dat is helemaal niet zo erg. Wat we nodig hebben is politieke standvastigheid. Rustige vastheid, om iemand van een traditionele partij te citeren. Vasthouden aan de idealen en de ideologie, vertaald naar de noden van vandaag. Christelijk voor de enen, liberaal voor de anderen, socialistisch voor een derde (van roze tot donkerrood), Vlaams-nationalistisch voor een volgende (van geel tot bruin), ecologisch voor nog een vijfde.

Zoals het bijna altijd is geweest, inderdaad. Na de Tweede Wereldoorlog was er even een stuiptrekking van de communistische partij, maar die was in de jaren zestig alweer voorbij. Daarna waren er linkse splinterpartijtjes: naast de KP had je Amada (nu PVDA) en de RAL (later SAP). Allemaal communisten, maar opgedeeld in stalinisten, maoïsten en trotskisten. Haalden samen veertig jaar lang nooit de kiesdrempel, laat staan apart. Wie Monty Python’s Life of Brian had gezien, herkende er de achterkamertjesruzies in van de People’s Front of Judea versus de Judean People’s Front en de Judean Popular People’s Front. Potato, potahto, tomato, tomahto. Konden niet samen door één deur, maar snoepten wel stemmen af van de sociaaldemocraten, wat dan weer vervelend was als je je politieke hart links droeg.

De enige nieuwe partijen die het goed deden en nog altijd doen, ontstonden eind jaren zeventig. Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) in 1978, uit de Volksunie. Agalev (nu Groen), als autonome ecologische partij in 1979, in de nasleep van de eerste dramatische rapporten over onze leefomgeving, en toch ook wel geïnspireerd door, jawel, de Volksunie, die als eerste partij milieu en klimaat op de agenda plaatste. Sindsdien moeten we het met die partijen stellen, occasioneel opgefleurd door iets als Lijst Dedecker (ontstaan in de boezem van de liberale partij). N-VA is uiteindelijk een afscheuring van de Volksunie, die eind vorige eeuw implodeerde in een linker- en een rechtervleugel. De rechtervleugel hield stand en boog zich om tot de meest succesvolle Vlaamse partij van het voorbije decennium. Máár: de Nieuw-Vlaamse Alliantie is géén echte nieuwe partij, ze speelt mee in een vervolgverhaal. Een succesvolle spin-off van een gematigd populair feuilleton.

Nieuwe partijen zijn gedoemd om ingekapseld te worden in het politieke bestel. In de Verenigde Staten gaat de strijd al sinds mensenheugenis tussen democraten en republikeinen, af en toe opgeschrikt door een groene activist of een steenrijke zakenman die meedoet aan de verkiezingen. Zonder succes, maar wel ten koste van een van beide traditionele partijen. In Groot-Brittannië zijn er de Tory’s en Labour, met een heel eind achter hen aan de Libdems en one issue-partijen als UKIP.

Nederland, zegt u? De Lijst Pim Fortuyn stelde iets voor zo lang de oprichter leefde. Zo zal ook de PVV in elkaar stuiken als Geert Wilders het voor bekeken houdt. En hangt het Forum voor Democratie honderd procent af van het fysieke en geestelijke welzijn van Thierry Baudet. Het zijn eenmanspartijen-met-leden. Over pakweg tien jaar spreken we niet meer over de PVV en als Thierry Baudet zijn politieke speeltje beu is — of Nederland hem en zijn gladde praatjes —, is het over en uit. Op middellange termijn leveren ze hooguit gevloek op binnen de traditionele partijen, waar ze hun stemmen ronselen. Zie ook het kortstondige fenomeen ROSSEM, begin jaren negentig. Of zoals het succes van de PVDA bij ons ten koste gaat van sp.a en Groen. En zoals die nieuwe partij van Van den Brande misschien wel iets weg zal knabbelen bij radicaalrechts en donkerblauw. Bromvliegen zijn het: dat maakt wat vervelend lawaai, vliegt een beetje in je weg en verdwijnt dan spoorloos.

***

Als we ontevreden zijn over de gang van zaken in de politiek — en wie is dat tegenwoordig niet, van extreemrechts tot extreemlinks — zullen we daar van binnenuit iets aan moeten doen. Als kiezer, door goed na te denken over wie onze stem waard is en door invloed uit te oefenen op de partijen die onze voorkeur zouden kunnen dragen. Als politicus, door het volk te leiden en je niet te laten leiden door het volk. Als partij, door compromisbereidheid en het zoeken van consensus zo goed en zo kwaad als dat kan te koppelen aan ideologische standvastigheid en een consequente langetermijnvisie. Een goed begin zou al zijn dat partijen hun krachtigste, maar soms ook lastigste figuren koesteren in plaats van hen veel te jong af te serveren, waardoor de middelmaat regeert. Op de banken van onze parlementen heerst geen zesjescultuur, het is minder, minder, minder. Maar dat is mede onze schuld: wij hebben die mensen daar gezet.

Tig nieuwe initiatieven zullen daar niets aan wijzigen. Het is wat het is. We zullen het moeten doen met het materiaal dat voorhanden is. Beter de bestaande partijen hervormen, hen opnieuw wat dichter bij het originele gedachtengoed brengen, ver weg van populisme en kortetermijnreflexen, dan te proberen het warm water heruit te vinden. Dat is er al. Je moet alleen de juiste kraan opendraaien.

Kortom: hoera, onze partijen zijn niet perfect!

Maar ook: help, daar moet dringend iets aan gedaan worden!



Nieuwjaarsbrief

Memories & mijmeringen Posted on za, januari 04, 2020 12:53:32

Beste lezer van deze onbescheiden blog,

Ik wens u het allerbeste voor de nog resterende driehonderdeenenzestig-en-iets-minder-dan-een-halve dagen die ons nog resten in dit jaar waarin we twee keer twintig zeggen zonder in herhaling te vallen. Dat elke dag beter moge zijn dan de vorige en dat u dat ook anderen gunt: er is genoeg voor iedereen, als we maar willen. (Voor wie dat niet wilt, maak ik af en toe een uitzondering: dat sommige dagen toch een tikje slechter mogen zijn dan de andere en dat u daaruit het inzicht put dat u iedereen moet toelaten zoveel mogelijk goede dagen te hebben, waarna u opnieuw mag aansluiten bij de elke-dag-een-beetje-beter-dan-de-vorige-beweging.)

Voor mensen van goede wil: hou vol, volhard in de goedheid, doe ze af en toe nog eens vol, en niet alleen voor uzelf.

Voor mensen van slechte wil: ik wens u een spectaculaire comeback tot het mensdom, met nadruk op het eerste gedeelte van dat woord, want het tweede heeft u al lang genoeg aan den lijve ondervonden.

Voor politici (niet noodzakelijk onder te brengen in de vorige categorie): wees uzelf, niet diegene die u denkt dat u moet zijn om de populaire Jan (m/v, en niet noodzakelijk MP) uit te hangen.

Voor christendemocraten, lees of herlees de tweede zin van de tweede paragraaf van de statuten die op 16 november 2013 wereldkundig werden gemaakt. ‘Wij willen bouwen aan een menselijker Vlaanderen in een betere wereld.’ Denk dan eens wat u momenteel doet binnen de Vlaamse regering.

Voor sociaaldemocraten, grasduin nog eens door het Charter van Quaregnon, en zie het ruimer dan alleen maar de arbeiders waarvoor die revolutionaire tekst van eind negentiende eeuw bestemd was. Wees wat socialistischer, het zal u niet minder democratisch maken en wellicht opnieuw wat geloofwaardiger.

Voor liberalen, uw beginselverklaring uit 1992, toen de PVV vervelde tot VLD — die toen blijkbaar nog Gesloten was en pas veel later Open werd —, vermeldt zeer nadrukkelijk: ‘De openbare schuld moet worden afgebouwd en het begrotingsevenwicht definitief worden hersteld.’ Achtentwintig jaar en heel wat regeringen mét liberalen later, tja, practice what you preach, zou durven te suggereren. En walk the talk.

Voor de groenen, bedenk dat de bevolking de zinssnede ‘Groen komt op voor een samenleving waarin ecologie, solidariteit met de kwetsbaren en sociale gelijkheid centraal staan’ ofwel niet gelezen, ofwel niet goed begrepen heeft, en bedenk vervolgens dat heldere communicatie (de salariswagen, remember!) een hulp kan zijn om ooit eens de peilingen waar te maken.

Voor PVDA’ers, dat afstand nemen van vroegere ‘bevriende’ regimes zou iets consequenter, iets luider en iets geloofwaardiger mogen gebeuren, anders blijft men u sympathisanten van Pol Pot of Kim Il-sung noemen.

Voor N-VA’ers, lees artikel 1.3 van de statuten grondig en handel ernaar. U vindt het twee paragrafen onder dat fameuze artikel 1.1 waarin het walhalla, pardon: vlahalla, wordt nagestreefd. Er staat: ‘De Nieuw-Vlaamse Alliantie en haar leden verbinden er zich toe de rechten en vrijheden, zoals gewaarborgd door het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950, te bevorderen.’ Tip: dat geldt niet alleen voor het eigen volk.

Voor Vlaams Belangers, lees in uw beginselverklaring onder de noemer ‘Waarden en normen’ punt 4: ‘Solidariteit is de wisselwerking tussen de mens en die kleinere en grotere gemeenschappen waartoe hij behoort.’ Interpreteer die ‘gemeenschappen’ eens wat ruimer dan u tot nog toe deed. Doe zowat alles minder eng dan u tot nog toe deed.

Voor de boegbeelden: wees wat minder beeld en wat meer boeg.

Voor de apocalyptici: het mag wat minder. (Al is het goed dat u de problemen ziet.)

Voor de ontkenners: het moet wat meer. (Begin met de problemen te zíen.)

Voor de optimisten: stop met neuriën.

Voor de pessimisten: stop met zeuren.

Voor iedereen: het glas kan tegelijk halfleeg en halfvol zijn. Laat het niet staan en vul op tijd en stond bij.

Voor mijn dierbaren: ik zie u graag.

En onthoud bovenal: ‘Tramps like us, baby, we were born to run!’

Gelukkig nieuwjaar,

Uw Frank.



Volgende »